Hij zette het woordenboek N-E weer terug in de kast. Tot vanavond had hij het de afgelopen 2 weken veelvuldig geraadpleegd, eerst weifelend in overtuiging van zijn beheersing van de Engelse taal. Later vaker, omdat hij – zeker tijdens hun Skype-gesprekken waarin toch het non-verbale aspect grotendeels verloren ging – de nuance op zeker in het Engels wilde vertalen. Het woordenboek was na zijn allereerste raadpleging niet meer terug op zijn plek geplaatst. Tot nu.
Hij had haar ontmoet in de trein en was op slag, laten we zeggen; op z’n minst, zeer geïnteresseerd, zo niet verliefd. Normaal gesproken had hij zijn speelse spraakwaterval wel paraat, maar nu het onverwacht in het Engels moest, was hij wel even van zijn stuk. Charismatisch als altijd was het hem gelukt haar te interesseren voor een vervolgafspraak en ze was zelfs na een tweede spontane date een nachtje blijven slapen. Toch spraken ze dan weinig met elkaar of althans voerden uitsluitend gesprekken van weinig betekenis.
Hij liet haar lachen, zij betoverde hem. Zijn poëzie vertaalde hij als ze niet samen konden zijn en hij zich vertwijfeld af vroeg waarom zij de noodzaak niet voelde om frequenter te bellen, te sms’en, te e-mailen, bij hem te zijn. Als ze er wel was, schonk hij haar zijn ingelijste werk, wachtte hij op haar overgave… die uitbleef.
Het was gedoemd te mislukken en zelfs dat viel lastig te communiceren in een voor beiden vreemde taal, terwijl zij van auditie naar auditie leefde en hij plichtmatig zijn 9-to-5 vervulde. Ze verraste hem totaal tijdens hun laatste samenkomst. Onverbloemd en met de deur in huis vallend, zegde zij hem de wacht aan. In vloeiend Nederlands …
10:20 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
“Heb jij al een storing geconstateerd op jouw analyzer?” De stem was duidelijk verstaanbaar ondanks het gebruikte vakjargon, waar ze niks van begreep. Ze stond hier nu al een tijdje, eerst nog met het licht aan, maar dat was zojuist gedoofd. Wat restte was de masculiene stem die via de intercom hoorbaar was. Hij sprak niet tegen haar, dat was duidelijk.
Ze was die ochtend, zoals elke werkdag, goedgemutst in de lift gestapt. Ze woonde nu al 4 jaar, samen met haar zoon, in het eenvoudige appartement op de 18e verdieping van een woontoren aan de Maas.
Het appartement was klein, maar het uitzicht adembenemend, waardoor ze de weinige vierkante meters die hun tot beschikking stonden op de koop toe nam.
De dagelijkse gang naar beneden, welke met 5 minuten marge zich best liet vergelijken met een reis in een intercity of in een stoptrein, gold als een prelude voor de file die haar vanaf het verlaten van de wijk, richting het centrum van de stad, op haar wachtte.
Maar die dagelijkse gang was nu abrupt onderbroken door het falen der techniek. Halverwege de 16e en 15e verdieping was de lift tot stilstand gekomen. Er waren de laatste tijd wel vaker storingen, dus verbazen deed het haar niet. Ze drukte de meldingsknop voor storingen in, hetgeen een oorverdovende zoemtoon tot gevolg had. Na enkele seconden ontstond de verbinding met de meldkamer. Een sonore mannenstem meldde haar dat op afstand getracht werd de storing op te lossen. De liftmonteur zou er immers veel te lang overdoen, omdat ook hij de files diende te trotseren.
Geduldig wachtte ze op wat zou gaan gebeuren, maar toen na dik 5 minuten geen verbetering in de situatie kwam en vanaf diverse verdiepingen buren vragen over haar welbevinden begonnen stellen, drukte ze nogmaals op de noodknop.
Het probleem was niet gemakkelijk oplosbaar. De stem via de intercom, die ze steeds meer ging appreciëren, zocht contact met collega’s. Metingen op afstand werden verricht. Overleg over de uitkomsten gevoerd.
Nu ze zo alleen en uit haar ochtendhectiek gerukt letterlijk en figuurlijk tot stilstand was gekomen, kreeg reflectie de ruimte. Ze dacht na over haar leven. Ze was wel content met haar baan, waarin ze zichzelf kon zijn en een salaris verdiende, waarmee ze prima in haar levensonderhoud en dat van haar zoon kon voorzien. Ze had geen zorgen ook over haar puberende zoon, die het thuis en op school goed deed en in blakende gezondheid verkeerde. Veel en leuke vrienden ook, waarmee ze het gezellig kon maken, veel kon lachen en waar ze altijd terecht kon, hetgeen ook gold voor haar enige familie: een zus en volwassen nicht. Ze nam actief deel aan het culturele leven, maakte leuke reizen en kon zich prima amuseren als ze alleen was. Geen enkele reden tot klagen eigenlijk, alhoewel ze – nu ze de ruimte kreeg om er over na te denken – liever ook een man in haar leven had gehad.
Iemand om bij wakker te worden en bij wie ze, na het uitwisselen van slechts één blik, het gevoel te hebben dat het allemaal wel goed kwam die dag. Iemand die af en toe eens de scepter, die ze nu al zo lang ze zich kon herinneren zelf droeg, van haar over nam, zodat het gevoel van noodzaak wat zou afnemen. Iemand die van haar onvoorwaardelijk hield, een maatje zou zijn ……..
De technici delibereerden verder over de oplossing van het probleem.
Nu het licht in de lift was gedoofd sloeg haar fantasie op hol. De mannelijke stem die haar vanmorgen als eerste had aangesproken, intrigeerde haar. Ze stelde zich er een man bij voor die groter zou zijn dan zij. Iets jonger dan zij, kaal, maar aan zijn wenkbrauwen kon je zien dat hij donkerblond haar had gehad. Indringende, olijk kijkende ogen, donker ook. Hij was lichtelijk corpulent, waardoor in zijn armen de ultieme plek om tot rust te komen ontstond. Hij was mans genoeg en kon háár aan op een natuurlijke manier. Ze was trots op hem, zou bij hem blijven tot …….
Plotseling schokte de lift, viel enkele centimeters naar beneden – een raar gevoel in haar buik losmakend – en kwam vervolgens tot stilstand. Direct daarna ging het licht aan opende de deuren zich op de 15e etage. Buren, meer dan normaal door het ontstane oponthoud, stapten in. Zo ging het op andere verdiepingen ook. Men vroeg of alles goed met haar was – hetgeen ze beaamde - en keek vervolgens voor zich uit. Ze zuchtte diep toen de liftdeuren zich op de begane grond openden en liep, zoals elke dag goedgemutst, vanuit de hal haar auto tegemoet.
19:05 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Overtuigd dat ze het verkeerd had verstaan, keek ze hem vragend aan; vragend om een herhaling van die laatste zin. Ze had het onmogelijk goed verstaan, dat kón gewoon niet. Hij zou zo’n man niet kunnen zijn. Daar had ze had van begin af aan toch op geselecteerd. Op alle contactverzoeken die ze had ontvangen op haar Relatieplanetprofiel, door ingeschrevenen steevast als RP aangeduid, zodat enerzijds een saamhorigheid werd gecreëerd en anderzijds een zekere discretie werd gewaarborgd, volgde een uitgebreide profielstudie. Daar waar opleiding, baan, type huis (een keuze uit: flat, etagewoning, tussenwoning, hoekwoning of vrijstaand huis) niet in het profiel waren aangegeven, startte ze een geveinsd geïnteresseerd emailtraject op om deze informatie alsnog te achterhalen. Of het profiel al of niet werd vergezeld van een foto interesse haar niet. Sterker: de foto raadpleegde ze pas als er een datum en plaats voor een ontmoeting was afgesproken en dan uitsluitend met herkenning als doel.
Zelf had ze haar eigen profiel enigszins opgepimpt, zodat ze door de over de juiste financiële zekerheden beschikkende potentiële partner serieus zou worden genomen. Haar foto’s waren realistisch, maar ze had dan ook nooit te klagen gehad over haar uiterlijk: haar lange blonde haren, grote blauwe ogen, volslanke lichaam en lange benen – alleen te zien op de foto waar ze bij een gietijzeren hek poseerde – trokken, ook nu ze de vijfenveertig was gepasseerd nog steeds de aandacht.
Ze was vijf jaar geleden gescheiden, haar kinderen waren nog net geen jaar de deur uit, en ze was hard toe aan een nieuwe relatie. In het uitgaansleven had ze wel leuke mannen leren kennen, maar ze had zichzelf deze keer beloofd niet te blijven hangen aan een gezellige man met 12 ambachten en 13 ongelukken, waardoor zij als administratief medewerkster op een advocatenkantoor altijd kostwinner was geweest, maar aan één die een zorgeloze toekomst kon garanderen. Niet dat ze aan het golddiggen was, rijkdom was welkom, maar geen voorwaarde. Ze wilde gewoon en man met een vast, tweemaal modaal inkomen, een prima pensioenregeling en een leuk, goed onderhouden huis in een goede buurt. Die bleken niet in rijen van twee opgesteld te staan in het uitgaansleven en dus had ze het advies van een vriendin opgevolgd en zich ingeschreven bij www.relatieplanet.nl.
Talrijke contactverzoeken had ze inmiddels gehonoreerd met leuke, soms ietwat ondeugende emailtjes, veelal opgesteld door een bevriende tekstschrijfster van een reclamebureau. Haar onvermogen om foutloze emails te schrijven kon ze gemakkelijk maskeren tijdens de dates. Door haar uitstraling en flair omzeilde met gemak haar tekortkomingen. Elke date was succesvol geweest. Alle mannen die ze had ontmoet hadden al of niet verbaal, sommigen de volgende dag per email pas, haar laten weten geïnteresseerd te zijn in een relatie met haar. Maar ze was kritisch geweest en alleen met deze man, waarmee ze nu, voor de derde keer, had afgesproken – een dagje winkelen in Amsterdam – zou ze verder gaan. Ze was er op voorbereid om met hem het bed te delen, het liefst in Krasnapolsky op de Dam, maar enig ander hotel in het centrum met minimaal 3 sterren zou ook haar instemming krijgen.
Ze waren eerst gaan koffiedrinken in het Cobra Café op het Museumplein, daarna uiteraard het de musea in en – tot haar eigen verbazing én verrukking – van daaruit de PC Hooftstraat ingelopen, op zijn initiatief. Samen met hem, een corpulente, kleine – veel kleiner dan zij, laat-vijftiger met pretoogjes en een volumineuze grijze kuif, dito baard en snor, rondbeglaasde bril op de neus, had ze schoenen bij Ab Donkers uitgezocht, perfect passend bij zijn Mcgregor XXXL-casual outfit. Daarna waren ze Wolford ingegaan en had hij goedkeurend gekeken toen zij een prachtige negligé met bijpassende body had aangewezen. Ze had het gepast, uiteraard zonder hem een voorproefje te gunnen, en kwam nu uit de ruime en smaakvol ingerichte pasgelegenheid met een enorme glimlach vol belofte op haar gezicht. Ze zou hem hierin verrassen vanavond, zijn hoofd op hol doen laten slaan, zijn hart veroveren, hem aanslaan en binnenhengelen. Haar ogen zochten hem. Hij stond op straat bij de uitgang, brandende sigaar in de ene hand, het smaakvol ontworpen tasje van Ab Donkers met daarin zijn schoenen in de andere. Hij maakte geen aanstalten om de winkel weer in te lopen. Zijn vastberaden gezicht verblikte of verbloosde niet toen hij met zijn sigaar, als lichtgloeiende richtingaanwijzer, een kant uitwees en zei: “Daar is de kassa”.
10:02 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
“Hij zat in mijn achterzak”, zei hij terwijl hij haar indringend aankeek. Ze voelde de grond onder haar voeten wegslaan. Een roes beving haar, realiteit werd een nare droom waaruit ze wakker wilde worden. Spreken kon ze niet meer, haar mond te droog, de oorsuizingen te hevig en haar bewustzijn in één klap weggevaagd.
Eerder op de avond was het al misgegaan, maar deze apotheose had ze niet voorzien. Direct na het avondeten was hij weggegaan, geheel onverwacht. Hij had zich opnieuw geschoren, schone kleding aangetrokken en met krampachtig ingehouden buik aangekondigd samen met zijn vrienden naar het café te gaan. Dat gebeurde vaker, maar nooit op een doordeweekse dag en zeker niet in een dergelijk opgepoetste outfit. Ze was moe geweest en had behoefte aan aandacht gehad, maar kreeg nul op rekest. Dat had haar dwars gezeten en verontrust.
De tweeling trok veel energie bij haar weg, doordat ze bij voorkeur niet tegelijkertijd, maar achtereenvolgens huilden. Ze was nog maar nauwelijks van de bevalling, 3 weken geleden, hersteld en zeker nog niet aan het nieuwe levensritme gewend. Tijd om fatsoenlijk te kramen had ze ook niet gehad. De huur van het schamele 2-kamerflatje was al 3 maanden achterstallig door de onverwachte aanschaf van een dubbele babyuitzet en dus had ze een week na de geboorte van haar zonen haar schoonmaakwerkzaamheden in de villawijk aan de overkant van singel in de ochtenduren hervat. Dat betekende ook dat ze al om 4 uur ’s ochtends opstond om de baby’s te baden, te voeden en te verschonen. ’s Middags bekommerde ze zich over haar eigen huishouden. Tijd om te ontspannen had ze daarom pas als na het avondeten de televisie aanging en ze zich tegen zijn brede lichaam aan kon vleien. Ze hield van hem.
Toen hij de deur achter zich dichttrok spookten de vragen door haar hoofd. Waarom was hij er niet voor haar vanavond? Met wie had hij afgesproken? Waarom had hij zich vanavond zo uitgedost? Tijd en geld om haar uiterlijk te verzorgen had ze niet meer gehad sinds de 5e maand van haar zwangerschap. Haar buik leek een leeggelopen ballon, haar borsten te opgezwollen van stuwing en haar gezicht was grauw, wat de blauwe wallen onder haar ogen nog sterker geprononceerde.
Ze besloot de gezinswas onder handen te nemen, als bezigheidstherapie, om vooral niet te veel ruimte aan haar onzekerheid, onrust en teleurstelling te geven. Zijn werkbroeken en sweatshirts waren lastig schoon te krijgen, dus ze koos voor een lang en heet wasprogramma.
Hij was lasser en verdiende goed, maar niet genoeg om de noodzakelijke lasten van het gezin in de nieuwe samenstelling te kunnen bekostigen. Het stak hem, dat hem dat niet lukte. Het hield hem bezig van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Zijn vrienden, met wie hij één keer in de twee weken een biertje ging drinken in de naburige kroeg, om even zijn zorgen te kunnen vergeten, puur door er niet mee geconfronteerd te worden, hadden hem aangespoord om een staatslot te kopen. Met een kans van 1 op 2, zoals de advertenties beloofden, kon hij in één klap zijn probleem oplossen. Gisteren had hij, na lang aarzelen, tijdens zijn schaftpauze het lot gekocht. Hij had vanaf het moment dat hij het afrekende een goed voorgevoel gehad en het lot zo vaak bekeken dat hij het nummer uit zijn hoofd kende: EO 06 96 51. Hij had haar niets gezegd en was, bij uitzondering op dinsdagavond, naar het café gegaan om daar om vijf voor half 8 de trekking op televisie te zien.
14:49 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
“Toen was jij nog niet geboren”, zei hij, terwijl zijn zakenvrienden licht besmuikt glimlachten. Ze waren op een ondernemersborrel ter afsluiting van een vakbeurs op het gebied van instrumentatie. Ze was direct na school er naar toe gegaan, in de wetenschap dat ze hem er en groot plezier mee deed om naast hem te staan tijdens zulke evenementen. Gisteren zat ze om deze tijd nog bij de kapper, om aansluitend naar de nagelstyliste te gaan. Gezien het onverwacht mooie en warme weer was ze ook naar de pedicure gegaan, vanmorgen nog, om haar blote voeten tip top te doen laten uitzien. Wie nu haar Prada muiltjes aanschouwde, zag ook haar welgevormde én goed verzorgde voeten. Zelf had ze er nooit zo veel aandacht aan besteed, maar in de wetenschap dat hij het zo bijzonder apprecieerde, had het haar een kleine moeite geleken om ook op de details van haar verschijning te letten. De koraalrode – zijn lievelingskleur uiteraard - , zijden jurk met geraffineerde paletjes met een paarlemoeren finish viel als van zelfsprekend perfect om haar strakke lichaam . Ze wist hoe ze eruit zag en ook dat ze zou opvallen. De taxichauffeur, die haar bij de ingang van het congresgebouw maar al te graag behulpzaam was bij het uitstappen; een ultieme gelegenheid om haar zo dichtbij te zien, ja zelfs te ruiken, al was hij te conventioneel islamitisch opgegroeid om haar, al was het maar om haar elleboog te ondersteunen, aan te raken, zuchtte diep voordat hij de handrem naar beneden liet glijden om weg te rijden naar de dichtstbijzijnde standplaats .
Ze zag hem omringd met zijn zakenvrienden, in het middelpunt van de belangstelling en dus in zijn element. Zijn jarenlange goede naam en faam, niet alleen als succesvol ondernemer, maar ook als voorzitter van de branchevereniging en het vakbeursbestuur, maakten hem tot een ‘entrepreneur in residence’ en iedereen wilde met hem gezien worden.
Ze liep op hem toe, kuste hem zacht op de wang, beroerde discreet met haar verse french manicure zijn grijze haren en, zoals hij haar had opgedragen, vermeed direct oogcontact met de mannen om hem heen. Er werd gesproken over de enorme omzetboost die was ontstaan tijdens de Falkland-oorlog, waardoor er tot op de dag van vandaag nog steeds lucratief met het Britse ministerie van defensie zaken werd gedaan. Van die oorlog had ze nog nooit gehoord en leergierig als ze was keek zij hem vragend aan, maar kreeg het neerbuigende antwoord. Hij zei het steeds vaker, de laatste tijd, ook als ze samen waren en het irriteerde haar. Misschien werd het tijd om een vriendje van haar eigen leeftijd te zoeken.
19:37 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Lang had hij er niet over nagedacht. Al op de basisschool fascineerde het vak hem al, dat van patholoog anatoom. Anders dan vele van zijn klasgenoten had hij nooit behoefte gehad aan een nachtlampje, een geruststellende moeder die avond na avond verzekerde dat er geen geesten of monsters onder zijn bed huisden en horrorfilms waren zijn enige vorm van entertainment tijdens zijn vroege puberjaren. Later, zo rond zijn 16e boeide hem dat genre in het geheel niet meer, maar werd hij ook geheel opgeslokt door zijn bijna onbevredigbare honger naar informatie, achtergronden, onderzoeksgegevens en inzichten van wie dan ook binnen het vakgebied.
Hij had geen positieve herinneringen aan zijn jeugd en zijn studietijd door de obligate interactie met zijn medeklasgenoten. Alleen het gegeven dat hij zijn kennis verrijkte gaf hem de kracht om de dagelijkse confrontatie – zij het volstrekt non-verbaal – aan te kunnen.
Na zijn studie, die hij uiteraard cum laude afsloot, kon hij direct aan de slag bij het meest vooraanstaande medische centrum van het land. Zijn collega’s, die hij met een door de jaren heen opgebouwde routine, dagelijks ontweek, waren onder de indruk van zijn vakmanschap, maar gruwelden van zijn – avant la lettre – asociale opstelling.
Totdat zij het laboratorium betrad. Haar ingetogen houding was onontkoombaar. Haar ontwijkende blik herkenbaar en haar melkwitte, duidelijk minimaal aan daglicht blootgestelde, huid wees, samen met haar deugdelijke en beslist jaren geleden gekochte bril met glazen op behoorlijke sterkte, dat ook zij liever niet in gezelschap van anderen verbleef.
Ze had een gelinieerd kladblokje in haar hand en een BIC-balpen, zo een waar je door de huls heen kijkend kon zien hoeveel inkt er nog in de pen aanwezig was, in haar hand.
Duidelijk uit haar doen, vroeg ze, strak kijkend naar haar bruine mocassins, die menig trendwatcher zouden verbazen of zij ook voor hem iets van de naburig gelegen snackbar kon meenemen.
Ze was gisteren in het mortuarium komen werken en in plaats van zich zelf meteen te verliezen in het openen van de gekoelde lichamen, het concluderen van doodsoorzaken, of op zijn minst de lichamen te bergen in de gekoelde cellen, was zij nu de aangewezen persoon om allerlei onbenullige klusjes op te knappen. Als introverte nieuwkomer, werd ze in de maling genomen dat wist ze, zeker toen men haar de opdracht gaf om ook aan de minst spraakzame patholoog anatoom van het team te vragen of hij iets wilde snacken.
Hij was, tot zijn eigen grote verbazing, totaal van zijn stuk gebracht. Eerst door het feit dat iemand, wie dan ook, zijn onuitgesproken dialoog met een gekoelde overledene, verstoorde. Toen door haar verschijning, zo herkenbaar, zo ‘eigen’. En zeker door haar lichaamstaal. Langzaam liet hij de gekoelde, door een enorme tumor aangevreten lever, die hij juist uit het lichaam had weggesneden los, legde het op een daarvoor speciaal geprepareerde weegschaal en zei, zonder zijn blik van het lijk af te wenden: “Doe maar een broodje warm vlees”.
19:56 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Hij was er de afgelopen week meerdere malen gaan kijken. Als doel voor zijn uurtje fietsen was het een dankbare bestemming. De bouwput in het centrum van de stad. Hij had al ‘shaggie-draaiend’ contact gelegd met o.a. de uitvoerder en zijn geïrriteerde houding niet opgemerkt. Vergrijzing was een groot goed, ook de uitvoerder verheugde zich over zijn nog altijd kwiek en in gezondheid van lijf en leden verkerende ouders, maar vreesde voor een massale opkomst van gepensioneerde arbeiders in blakende gezondheid, die uit pure verveling de werkzaamheden in de bouwput nauwlettend, en vooral dagelijks, zouden komen bekijken. Vanuit hun positie vroegen ze niet alleen om veel aandacht, heel veel aandacht zelfs, maar waren ze ook nog, ongevraagd én feitelijk ongewenst, altijd bereid om op basis van jarenlange ervaring met het ambachtelijk beroep de werklui van advies te dienen. En Kees was niet anders. Iedere dag, klokslag half 10 in de morgen, als de mannen in de bouwput net lekker in het productieritme zaten, als het externe materieel werd aangereden en tot de schaftpauze flink de vaart erin werd gezet, dan kwam hij aangereden op zijn gloednieuwe fiets, 25 versnellingen, 2 fietstassen achterop, Active-life jack aan, bij mooi weer – uiteraard - zonder mouwen als bodywarmer. Waarschijnlijk ontvluchtte hij moeder-de-vrouw, die omstreeks die tijd liever, onder het genot van een vers kopje koffie, snelfilter met de hand gezet natuurlijk, haar ongenoegen over haar echtgenoot, met ze inmiddels ruim 40 jaar getrouwd was, besprak. Vijf kinderen hadden ze, allemaal zoons, inmiddels ook allemaal getrouwd en vader van een flinke schare kleinkinderen. Toen die klein waren kon ze nog wel eens de tijd doden om met hen de eendjes te gaan voeren of naar een speeltuin te gaan, terwijl de betreffende schoondochter dan even wat tijd voor zichzelf had. Kees was een grote man, zomer en winter met een gebruind gezicht, dat door gebrek aan haar, ook op zijn schedel doorliep. Rimpels doorgroefden zijn gezicht. Vijfenvijftig jaar werken in weer en wind, de 40 zware shaggies per dag en de borreltjes, zowel in zijn stamkroeg, vroeger toen de kinderen nog niet het huis uit waren en later thuis, samen met zijn Sjaantje, hadden zijn sporen achter gelaten, maar niet ten koste van zijn fysieke gezondheid. Kees zorgde ervoor dat de ‘rikketik’ in vorm bleef. Om overgewicht tegen te gaan, had hij na zijn pensionering een fiets aangeschaft en het gebrek aan lichamelijke beweging door het wegvallen van zijn werkzaamheden, ruimschoots met zijn dagelijkse fietstochtje gecompenseerd. Of het nu regende of niet Kees stapte op zijn fiets, elke denkbare windkracht trotserend. Ook vandaag was hij erop uitgegaan, naar zijn favoriete bestemming van de afgelopen weken. Vandaag zou een bijzondere constructie met een enorme kraan geplaatst worden op de heipalen, waarvan hij het heien vorige week nauwgezet had gevolgd. Het zou een knap stukje werk worden en dat wilde hij niet missen. De uitvoerder had hem gezegd dat klokslag half 11 zou worden gestart met het minutieus plaatsen van betonnen constructie. Kees was er klaar voor en net als vroeger, toen hij zelf nog de scepter zwaaide over zijn 15 kerels, gierde de adrenaline door zijn lijf. Hij stond er al een uur en probeerde steeds de aandacht van de uitvoerder te trekken, die hem consequent negeerde. Dus draaide Kees nog een shaggie en sprak passanten aan om hen te informeren over het op handen zijnde knap staaltje werk. Maar wat er ook gebeurde, de kraan kwam niet en ook de oplegger met het betonnen, geprefabriceerde parkeerdek, was in geen velden of wegen te bekennen. Half 12 werd het en nog bleef Kees staan, hoewel op geen enkele wijze bleek dat het spektakel elk moment kon gaan beginnen. In de bouwput hadden ze hem al gezien, niet alleen de uitvoerder ook de voorman, die vaker met hem even had gebabbeld, had hem in de gaten. Kees wuifde naar hém en uit respect, maar ook omdat door files het hele konvooi behoorlijk was vertraagd en hij dus tijd te doden had, liep de voorman op hem af. Kees rechtte zijn schouders, haalde diep adem en stak zijn pakje shag vooruit als uitnodiging om er één te draaien. Vastberaden keek Kees de voorman aan, grote aimabele glimlach op zijn gezicht en sprak: “Als ‘t nou nog lang duurt, dan wach ik nog effe!”
22:39 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Ze had al een lange tijd op afstand naar hem geflirt. Niet altijd zeker of ze een antwoord kreeg, maar ze voelde zich genoeg aangemoedigd vooral met dat flirten door te gaan. Nog nooit had ze zo’n mooie jongen in haar leven gezien. Op school waren er zeker geen jongens te bekennen die dicht in de buurt van zijn uiterlijk kwamen. Zijn haar: net de goede lengte en zonder die ‘over the top’ ingeschoren lijnen of zelfs figuren. Die figuren hadden haar sowieso altijd al geïrriteerd. Zijn ogen, die altijd helder, verkwikt en stoer de wereld in keken en dan die mond. Zulke mooie, precies goed geprononceerde lippen, niet te dik, maar ook niet te smal als een blanke, had ze nog nooit gezien en ze verlangde er naar om ze te beroeren. En ook zijn kledingstijl, trendy, maar niet goedkoop zoals de meeste jongeren uit haar buurt modieus en betaalbaar moesten combineren, altijd precies goed passend bij zijn – overigens bijzonder welgevormde - lichaam.
Tot gisteren was het contact – als je al contact kon en mocht spreken - altijd tot het kijken en flirten beperkt gebleven. Maar vanmorgen had hij tegen haar gesproken. Zo maar uit het niets had hij haar verteld dat hij vanmiddag naar het centrum van de stad zou gaan. Waarheen precies vertelde hij niet, maar dat liet zich gemakkelijk raden: het was immers zomercanarval en ieder zich zelf respecterende Antiliaan of Surinamer was vanmiddag op de Coolsingel te vinden.
Ze had meteen gereageerd met de mededeling dat ook zij dit evenement zéker zou bijwonen en hem met van belofte overlopende ogen aangekeken.
Met haar vriendin was ze ijlings haar overvolle klerenkast ingedoken en had haar meest hippe jeans en met glitters verfraaide fluorescerende topje - van de Wonder Woman natuurlijk – aangetrokken. Na wat wax door haar weelderige krullen met haar beide, van pure zenuwen, trillende handen aangebracht te hebben, stapten ze al giechelend de metro in. Het leek wel uren te duren, voordat het meest efficiënte openbaar vervoer van Rotterdam haar bij haar halte had gebracht. Net als zoveel anderen verlieten ze het perron, richting de trap naar de Coolsingel. En daar stond hij: trots, zeker van zichzelf, ontspannen. Haar droomman, de belichaming van perfectie, op nog geen 5 passen van haar verwijderd. Hij zag haar ook, wuifde en stapte op haar af. Met een hartslag die een ongetrainde Marathonloper koud 3 maanden geleden op die zelfde Coolsingel niet zou hebben misstaan, rende ze, nee, zweefde ze naar hem toe. Pas toen ze hem diep in zijn ogen wilde aankijken, viel het haar pas op dat hij niet naar háár, maar naar iets dat zich links van haar op kniehoogte bevond, keek. Haar blik volgde de zijne en ze zag een peuter, compleet met fopspeen en dikke Pamperbillen. “Is dat je zoon?” vroeg ze en voordat hij kon antwoorden, zag ze het meisje met de buggy in haar handen naast hem staan. Hij hield dat meisje teder met één hand vast.
23:22 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Luistervinkend ga ik door het leven. Op straat, op kantoor, in een winkel: waar dan ook laat ik mij inspireren door dialogen van anderen met anderen. Per dag prik ik er één zin uit om - volstrekt uit zijn verband gerukt - er een eigen verhaal aan te verbinden.
22:27 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
"Jacoba is best een mooie naam voor een boot”, zei ze, terwijl ze haar man behoedzaam langs door boomwortels deels ongelijk getrokken straattegels loodste. Hij keek naar de woonboten die aan de kade lagen. Ze lagen daar nooit, maar omdat de pittoreske kade verderop totaal werd gerenoveerd, lagen de historische woonarken nu aan de doorgaans saaie en lege binnenstadshaven.
Ze wilde al de hele tijd wat zeggen, maar het ontbrak haar aan een onderwerp. Nu ze de naam Jacoba op een met bruin vergaan dekzeil overdekte woonboot zag staan, greep ze dankbaar haar kans. Niet dat het haar iets kon schelen of Jacoba een mooie naam was voor een boot of voor welk ander object dan ook. Jacoba deed haar eerder denken aan haar verre voorouders, waarvan er toch minstens één Jacoba geheten zou kunnen hebben. Maar zeker wist ze dat niet. Wellicht eerder een oom die Jacob heette, dat had wel iets bekends, bedacht ze zich nu ze toch, bij gebrek aan repliek van haar echtgenoot op haar opmerking, er langer over nadacht. Oom Jacob, ja daar raakte ze steeds meer van overtuigd, die kende ze wel. Of was het Váder Jacob en had het schoolliedje dat zo mooi in kanon werd gezongen in haar jonge jaren haar op een dwaalspoor gebracht?
Ze waren inmiddels al bij de brug aangekomen en vandaar uit was het slechts een kleine oversteek naar het metrostation. Binnen 10 minuten zouden ze weer thuis zijn. Hij voor het raam met een kruiswoordpuzzeltje en zij verdiept in een streekroman.
22:05 in Zinnenprikken | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Barack Obama: Dreams from My Father: A Story of Race and Inheritance
Paul Auster: The New York Trilogy (Penguin Classics Deluxe Edition)
If You're Thinking of Living in ...All About 115 Great Neighborhoods in and Around New York
Kevin Flynn: 102 Minutes : The Untold Story of the Fight to Survive Inside the Twin Towers
Geobsedeerd als ben door alles wat met 9/11 te maken heeft, kon het boek niet ter zijde leggen. Maar of iedereen het nou zo interessant vindt ... (****)
Chris Heath: Feel
Ach ... gewoon leuk om te lezen en meer te weten te komen achter dit marketingsucces verpakt in een heel lekker jasje .... (***)
Bret Easton Ellis: Lunar Park
Absoluut het beste boek van deze auteur. Het blijft je boeien, verrassen en op het verkeerde been zetten. Ik las het ademloos. (*****)