Al jarenlang ben ik trouwe gast van het IFFR. Het filmfestival doet iets met de stad, alleen daarom al heeft het mijn sympathie, maar ook de films, hoe hilarisch slecht soms ook, kunnen mij bekoren. Elk jaar weer en ook bij elke film, ongeacht genre en op welke locatie deze wordt vertoond, is het ook afzien.
In tegenstelling tot bezoekers van een commerciële film, die doorgaans wordt voorafgegaan met een etentje of wordt afgesloten met een borreltje elders in de stad - en waarvoor de bezoekers (mannen en vrouwen gelijk) zich dus even leuk optutten voor dit avondje uit, kenmerkt het IFFR zich door bezoekers die minder fris ruiken. Laat ik het ronduit zeggen: de bezoekers stinken.
Hoewel dit zowel voor vrouwen als mannen geldt, zijn de laatsten wel de koplopers in het afgeven van minder frisse lijfgeuren. Het zijn gewoon muffe mannen, veelal met lange (ongewassen) grijze haren, morsige pantalons en dito overjassen.
Het zijn hoogstwaarschijnlijk alleenstaande mannen, die vanaf de vroege morgen tot de vroege nacht, dag na dag, getuige hun knalgele langyard met Tijgerpas, zich laten laven met een rijk palet aan films uit verre vreemde landen.
Dat zo'n muffe man thuis geen vrouw heeft, weet ik zeker. Zij zou immers elke morgen de betreffende man erop wijzen dat hij niet weer diezelfde broek moet aantrekken - of beter nog, ze zou die broek allang geconfiskeerd hebben en in de wasmachine hebben laten verdwijnen. Ze zou de man weigeren in haar bed zo lang hij zijn haren niet wast, ze zou die morsige overjas allang hebben weggegooid en bij plotseling gemis de prangende vraag naar waar de jas is gebleven, hebben ontweken. Zij zou voorkomen dat hij bruine broodjes met kaas meeneemt in een plastic zakje, dat hij in de late avond tijdens een film opent en de nog meer bezwete kaas dan de man zelf nuttigt.
Cultuur snuivende muffe mannen tijdens het IFFR: er zit er altijd wel ėėn op reukafstand van me zodat ik niet alleen cultuur maar nog veel ellende mag snuiven.
Ik woon nu in de buurt van de ‘groene passage’ , een verzameling biologisch, ecologisch verantwoorde winkels, een voor mij totaal onbekend terrein. Ik kom er nu best regelmatig, maar dan bij het AH filiaal dat op hetzelfde rijtje zit. Ik woon sowieso in een supermarkttriangel, op loopminuten afstand kan ik terecht bij twee AH’s (waarvan er een tot tien uur ‘s avonds is geopend op werkdagen!) en een Jumbo. En dan is er dus die ‘groene passage’.
Op dat rijtje groene middenstand zit ook een biologisch, ecologisch verantwoorde horeca-uitbater: Spirit, direct gehuisvest naast Himalaya waar je wierook en allerlei boekwerken over chakra’s kan kopen. Ik ben in beide zaken nog niet naar binnen gegaan.
Wat me wel op valt, als ik er op een drafje langs flaneer, is het ruime aanbod ‘mannen van mijn leeftijd’ dat zich op het terras of binnen bij Spirit en Himalaya laaft aan ecologisch biologische lekker- en/of wijsheden. Ik kan hen gewoon niet missen want – hoewel vroeg donker en ik volslagen nachtblind – de weelderige grijze haardossen, zowel op het hoofd als – vaak nog ruimer bemeten – hangend aan de kin zijn van enorme proporties.
Ze dragen dikgebreide truien en hebben spekzolen onder de schoenen, maar wie aan de hand van mijn beschrijving een beeld van vieve vijftigplussers - mogelijk actieve bergsporters met goed ontwikkelde biceps en kuiten - krijgt, moet ik meteen en resoluut teleurstellen. De mannen met baarden, hangen wat uitgeblust op de FSC houten bankjes en combineren de ‘numi’-thee met sigaretten.
Op de dag dat we de sleutel kregen van ons nieuwe huis, eind november, viel het ons op dat het trappenhuis weliswaar naar ‘oudere woningen’ rook (en dat had ons tijdens de 2 bezichtigingen ook juist zo bekoord) maar dat uitgerekend recht tegenover ons in het trapportaal wel een hele pregnante lucht hing. Iets zurigs, onbestemd en zeker onaangenaam.
De volgende dagen waarop we uiteraard het nieuwe huis frequent bezochten, viel het ons ook nog op dat er nimmer licht brandde in de naburige woning, waardoor onze ongerustheid groeide. Het stonk en er was nooit licht aan. Dat kon immers betekenen dat een hoogbejaarde bewoner in eenzaamheid zijn laatste adem had uitgeblazen.
Als nieuwkomers wil je dan niet meteen alarm slaan. Het kon even goed zo zijn dat een jonge bewoner een jaar lang was gaan backpacken in Nieuw Zeeland en vergeten was de tilapiafilet in de afvalemmer op te ruimen. Of een goudvis die gedurende een drieweekse rondreis in Zuidoost Azië totaal was vergeten.
De overige voordeurdelers, die de bewoner wel konden duiden, moesten het immers ook opvallen, zo niet diens afwezigheid, dan zeker de lucht, die overigens door mij weinig doeltreffend met een geurstokjes op de vensterbank van een klein venstertje in het portaal werd bestreden, en zij kwamen niet tot actie.
Langzaam maar zeker verdween de lucht – of wenden wij eraan, vroegen we ons hardop af - maar aan de andere kant van het trapportaal bleef het stil en het licht 24/7 uit. We waren het bijna vergeten, tot vorige week …
Bij het ophalen van de post uit het vakje naast de voordeur, bleek het postvakje van de betreffende buur bruut opengebroken. Er zat een enorme lading post in, die overigens een paar uur later geheel was verdwenen. Op de voordeur prijkte een nieuw, niet passend, slot en het smoezelige deurmatje in het portaal was verdwenen.
Er was dus wel degelijk iets aan de hand, maar wat, wie en in welke hoedanigheid blijft een raadsel. Vooralsnog antwoorden wij op de vraag wie er naast ons woont: “Niemand”.
Een nieuwe serie verhalen over ja … nieuwe buren. In ons flatgebouw aan de Maas deelden we de voordeur met ruim 100 andere mensen. Dit is weliswaar een stuk minder nu, maar de buurt is levendiger. Bovendien hebben we nu ook overburen, achterburen en winkeliers als buren. Er is dus veel te vertellen. Deze keer: Knallen!
De meeste nieuwe buren hebben we nog niet eens gezien, sommigen hebben we wel gehoord (waarover later meer); de buren waar deze aflevering over gaat zullen we de komende dagen behoorlijk horen. Althans de klanten van deze buren: zij verkopen namelijk vuurwerk.
De gedachte dat er 30 en 31 december genoeg buskruit in de directe omgeving van ons nieuwe huis ligt om ons tot Andre-Kuipers-hoogte af te vuren, moet ik dagelijks sussen met stukken van de vereniging van eigenaars, waaruit blijkt dat de opstalverzekering betaald is.
Toch is die – tikkie overdreven – zorg, niet de reden van dit epos. Ik ben zelf ‘van de marketing’ en lach me elke dag weer een breuk om de verkoopbevorderende middelen die deze buren inzetten ter omzetmaximalisatie.
Los van de spandoeken, van pui tot bomenrij, en de posters in de etalage, steekt de betreffende middenstander prompt om 08.00 uur de straat over om aan de overzijde zijn dik 3 meter grote megavuurpijl in de grond te steken, zodat het langsrijdende autoverkeer zich gewaar is van zijn knalnegotie.
Op erg drukke dagen, zoals de vrijdag en de zaterdag, gaat die vuurpijl ook nog gepaard met banieren (waarop duidelijk VUURWWERK staat, tsja ..) en tussen de straatstenen van het trottoir geprikte wegwijzerpijlen, zodat je niet argeloos de naburige bloemenwinkel instapt voor je knalpakket.
Ik hoop maar dat al die verkoopbevordering het gewenste effect heeft en dat hij totaal uitverkoopt, dan is op Oudejaarsavond de kans dat het Vlaamsch Broodhuys geroosterd brood gaat verkopen het kleinst.
Als je 7 dagen op Times Square woont, dan gaan je dingen opvallen die je als passant, al is het elke avond, niet zo snel gewaar bent. Zo is de advertentieruimte op de gevels net Centerparcs. Nou ja, het boeken ervan dan.
Elke maandagmorgen worden in alle vroegte de hoogwerkers het plein op gereden. Het zijn eigenlijk het meest hoogwerkertjes, kleine handgeduwde karretjes die ontzettend hoog kunnen en waarin de medewerkers van het Timessquariaanse equivalent van JCDecaux in een ommezien van tijd zijn de meeste blow-ups vervangen.
Dezelfde exercitie is ook op vrijdag te zien. Dan worden de midweek-boekingen weer vervangen. Sommige uitingen die op vrijdag worden gehangen, zijn op maandag al weer weg (weekend hanging), anderen pas weer een volle week later.
Ook sommige led-beelden worden gewisseld, met dezelfde interval, maar de meeste zijn in ieder geval tijdens on verblijf van een week niet gewisseld.
Noem het beroepsdeformatie, maar ik bleef er naar kijken. Kijk even mee hoe het er op onze laatste donderdagavond uit zag:
Bij metrostation South Ferry / One New York Plaza
Met een Metrokaart voor 7 dagen onbeperkt reizen op zak duiken we, als we echt even haast hebben of een zere teen van het vele lopen, de Subway in. Dat is overigens altijd bijzonder prettig. In tegenstelling tot de RET in Rotterdam, is de MTA zeer klantvriendelijk.
Er hangt een bordje in elke metrowagon waarop staat dat je voor het beledigen of bedreigen van het MTA personeel een straf kan krijgen die varieert van $ 350,- boete tot zelfs gevangenisstraf. Wij zien niemand die ruzie zoekt met het personeel of er zelfs tegen medepassagiers over klaagt en dat terwijl het aantal passagiers de gehele dag door gigantisch is.
Geen wonder als je elke dag wordt geamuseerd door het personeel. Zo klinkt bij het binnenrijden van elk station altijd een gezellige, soms zelfs komische, aankondiging. Geen vooraf getapete boodschap, maar altijd persoonlijk en met een actuele twist. Ook het feit dat gewoon standaard alle deuren van de metro worden geopend, is vele malen prettiger dan het zelf moeten drukken op een eerst rood, dan langzaam groen kleurende knop, of erger: de student die naast de knop hangt, dwingend aan dient te kijken, zodat die op de knop drukt, want er is geen ruimte meer tussen knop zijn hoofd.
Dat brengt me meteen het gedrag van de passagiers. Ook op het onvrijwillig delen van je muzikale voorkeur in het openbaar vervoer staat een boete en dus luistert iedereen op privé geluidssterkte naar hun favoriete muziek. En dan is er uiteraard Subway-entertainment. Er is altijd wel een leuke straatmuzikant of hele groep die het transfereren tussen perrons een stuk aangenamer maakt. Zelfs op een regenachtige dag als vandaag, schijnt ondergronds gewoon de zon ...
Er komt heel wat bij kijken als de president de stad bezoekt. Al eerder zagen we het typisch, maar zeer afdoende, gebruik van dumptrucks die de straat, waarin de president zich dan bevindt, aan beide zijden afzet. Ze zijn tot aan de nok gevuld met zand en zien eruit alsof ze zo van de plek waar ze het zand feitelijk moesten dumpen zijn afgereisd naar de straat die moest worden verzegeld.
In oktober 2009 was Obama bij de Mandarin ten tijde van ons bezoek, vlak om de hoek van ons shabby hotel. Na afloop reed hij vlak langs de plek die ons door een vriendelijke politieagent was ingefluisterd en zwaaide hij uitbundig naar ons terug. Met een gepast gevoel voor melodrama, schoot er ik spontaan van vol ….
Na het overweldigende nieuws dat Bin Laden was omgebracht (de nieuwsuitzending en de festiviteiten maakten diepe indruk; zowel positief als negatief, had het de president ook dit jaar weer behaagd om de stad te bezoeken en ook deze keer verkoos hij een plek op nog geen 100 meter van ons – dit keer overigens zeer comfortabele, hotel.
Op de hoek van 8th Ave/ 48th St heerste echter spanning. De politieagenten waren helemaal niet olijk en zeker niet bereid tot het geven van inside information waar het beste te staan om hem te kunnen zien.
Het was wel indrukwekkend om te zien hoeveel veiligheidsmaatregelen er werden genomen: alle ramen moesten gesloten blijven op 8th Ave (een Kennedy leermoment kennelijk), er stonden zowel scherpschutters op diverse daken en balkons en laten we vooral de overduidelijke man van de secret service, vermomd met lullig hondje, niet vergeten. Maar verder ook: veel politie, nadrukkelijk aanwezig en continu allerlei aanwijzingen en correcties schreeuwend.
Het plekje bij de betreffende brandweerkazerne zou geen mooie plaatjes opleveren, zo ver was meteen duidelijk. En dus gingen we naar Times Square/48th, de plek waar hij toch uiteindelijk koers zou gaan zetten naar downtown om bij Ground Zero een krans te leggen.
Daar hadden we geluk: doordat er op het laatste moment een afzetting werd verschoven en veel toeristen dus een andere plek moesten innemen, kwam er vlak vooraan een goede plek vrij. En daar stonden we dan weer: op (bijna) de eerste rij.
En weer zagen we heel erg goed de president voorbij razen. Je herkent hem in de geblindeerde auto namelijk zeer eenvoudig aan zijn oren …
Na een bezoek aan Apple on 5th (inclusief knieval voor de deur, zoals afgesproken met iRent) werd alweer hoog tijd voor een eerste hoogtepunt: een bezoek aan de radiostudio van @WBAI waar Jay Smooth elke vrijdagavond het programma the Underground Railroad presenteert. Dat laat zich het beste vergelijken met 2 uurtjes Funx, want het is hiphop all over!
Deniz was uitgenodigd om een kijkje te komen nemen tijdens het radioprogramma en dus reisden we naar WallStreet waar de studio is gevestigd. Binnen een paar minuten waren we dikke vrienden met Jay en de aanwezige hiphop-artiesten. Erg lang bleven we niet, want het was inmiddels over elven en we hadden al 23 uur geen bed meer geraakt. Zoveel avonturen en dan was dit nog maar de eerste dag!
Met een vertraging aankomen betekent ook midden in de spits arriveren in New York en dat op een vrijdagavond. Gelukkig heeft ook Newark besloten dat de taxi's tegen een vaste prijs - een flat fare - de klanten naar Manhattan brengen, want de file voor Lincolntunnel was er een van enormous proportions!
Uiteindelijk arriveren we rond 5uur in ons hotel: The Manhattan, midden op Timesharing Square. Het is een superluxe hotel met een zwembad en een kamer die qua grootte onze woonkamer thuis evenaart. Er staan 2 queensize bedden in met elk 4 van die grote donzen kussens die je, eenmaal horizontaal wijs maken dat je stinkend rijk bent. In tegenstelling dat alle andere hotels waar we de laatste jaren verbleven, als in New York, passen de nachtkastjes, het bureau en de dressoir (met flatscreen tv die het doet) qua houtsoort exact bij elkaar!
Veel tijd om er bij stil te staan, gunnen we ons zelf niet, de stad wacht en dus staan we in no time weer op straat. Times Square bruist en de grasmat van Bryant Park is under construction, maar dat geeft niet. Deze trip is er niet een van Frappo's bij Bryant, maar van Macco's downtown. En van Apple in the Big Apple natuurlijk!
Ik loop elke dag een flink stuk. Op weg van huis naar kantoor stap ik bewust drie haltes eerder uit dan strikt noodzakelijk. Sterker: ik kan zelfs overstappen op de metro en dan bijna voor de deur van het kantoor waar ik de hele dag kan zitten, uitstappen. Maar dat doe ik dus niet. Aan het eind van de dag loop ik zelfs nog een stukje langer, ongeacht hakhoogte en weersomstandigheden. Eerder dronk ik groene koffie 2x 10 dagen lang en nu snoep ik elke dag van groene thee capsules.
Voor het eerst van m'n leven wil ik namelijk afvallen. Ik bedoel: ik wilde dat wel vaker, maar nu doe ik er ook echt iets voor. Door te stoppen met roken en de ongemakken behorend bij mijn leeftijd, is er meer Wilma dan nooit te voren ontstaan. Dat noopt tot maatregelen.
Geen heftige overigens, ik wil maar een luttel aantal kilootjes kwijt. Ik bedoel: ik ben nog rank en slank genoeg om de obesitas-scout van SBS door te laten lopen als deze mij op mijn crusade dwars door de stad zou tegen komen. Daarbij geldt ook: op mijn leeftijd hoef je er ook niet meer als 21 jaar oud uit te zien, toch?
Hoewel ... dat jurkje gedragen door die 40+-er die nu recht op mij af komt lopen, is wel precies mijn smaak en zou mij ook heel erg goed staan ... als ik 10 kilo lichter zou zijn.
En kijk die nieuwe kleurtjes van Zara doen het ook goed ... twee volle maten kleiner dan ik nu draag...
Overpeinzend stap ik de tram in. Morgen nog maar langer doorlopen dan. Morgen pas.
Ik ben wellicht niet erg gelukkig in de liefde, maar zeker niet erg gelukkig in het spel. Ik speel al jaren zowel in de staats- als in de postcodeloterij, maar geen der loterijen heeft me tot nu toe verblijd met een substantieel bedrag op mijn bankrekening.
In 1972, toen ik nog mavoleerling was, verspeelde ik al mijn bij elkaar gespaarde kwartjes tijdens een braderie ten behoeve van een goed doel. Ook daar ging elke mooie prijs aan mijn neus voorbij, totdat …. bij het eindspel: het rad van fortuin, ineens de hoofdprijs: kies zelf je prijs uit alles wat stond uitgestald, mij ten deel viel.
Uit al het moois koos ik een huisgehaakte groene muts, tot onmetelijke ergernis van mijn ‘grote zus’, die de muts ronduit lelijk en als volledig uit de mode typeerde. Ik heb de muts nooit gedragen. Jarenlang was de groene muts de metafoor voor ‘ik win nooit iets’.
Op 29 april (over 55 dagen) vertrekken zoon en ik per vliegtuig naar New York om daar in het prachtige *** The Manhattan at Times Square Hotel maar liefst een volle week te verblijven. Een prachtige reis die we hebben gewonnen door mee te doen aan een prijsvraag van iRent, specialist in Mac verhuur (what else?!). De prijs is zo mooi, dat ik er zelfs een beetje verlegen mee ben.
Het duurde dan weliswaar 39 jaar, maar ik kan nu met brede glimlach melden: ik won ooit een huisgehaakte groene muts en nu dit:
een droomreis naar New York!
Concrete jungle where dreams are made! The streets will make me feel brand new, big lights will inspire me! Lets hear it for New York, New York, New York.
Het aftellen is begonnen: 29 april is het zover: dan vliegen we weer naar - wat ons betreft - de mooiste, beste, coolste, meest inspirerende plek op aarde: New York City. Deze keer helemaal mogelijk gemaakt door iRent. Morgen - 2 maart om 15.00 uur - krijgen we in Nijkerk de gewonnen prijs uitgereikt.
Op twitter werd ik op deze video geattendeerd, met als titel: Leaving NYC subway feels like entering a dream. En dat klopt helemaal. Veel mensen pakken de shuttle of een taxi op JFK, maar wij geven de voorkeur aan de subway richting Manhattan.
Als we dan - ogen net boven het trottoir uit komend - voor het eerst de stad weer zien, de buzz onze trommelvliezen raakt en de vibe zich meester maakt van lichaam en ziel, dan stappen we daadwerkelijk in een droom, die maar liefst 8 dagen zal duren. iRent bedankt!
Vanmorgen toen ik wakker werd realiseerde ik het me meteen: vorig jaar was ik druk doende om mijn koffers klaar te zetten. De reis ging vorig jaar naar New York, het was een cadeautje van de familie vanwege mijn 50ste verjaardag. Met weemoed dacht ik aan de - voor mij - mooiste stad van de wereld terug. Dit jaar zat een dergelijke reis er niet in: blauwe enveloppen gooiden roet in het eten.
Vanmiddag, laatste middag voordat de herfstvakantie zou beginnen, werkte ik de laatste loodjes weg. In die drukte gaat mijn mobiele telefoon: een voor mij onbekend 06 nummer.
Ik neem op, maar in de drukte versta ik niet wie tot mij spreekt. Desgevraagd wordt de firmanaam herhaald: iRent. Of het telefoontje gelegen komt. Ja???
Dan komt het: ik blijk de winnaar van een 4 daagse reis naar New York voor 2 personen met ook nog eens € 500,- zakgeld! We hebben inderdaad een aantal weken geleden meegedaan met de prijsvraag en mogen nu gaan nadenken wanneer we weer worshippend op onze knieën, de handen wapperend, de drempel van de Applestore op 5th zullen passeren.
I am ab-so-f*ck-a-lute-ly the happiest girl in town.
Heel erg bedankt @apple-rental!
Vanmorgen was het dan zover: in de brugklas van de Mavo Delfshaven niet alleen leergierige leerlingen, maar ook de wethouder van Onderwijs. Gewoon in de klas zittend, luisterde ook hij heel aandachtig naar Hans Smits, directeur Havenbedrijf, en docent Martine Graafland. Dat was ter gelegenheid van de officiële start van het Havenlesprogramma voor het voortgezet onderwijs.
Het programma, gemaakt door Podium - Utrecht, werd mogelijk gemaakt door o.a. een hechte samenwerking tussen het Havenbedrijf, het EIC en LMC Voortgezet Onderwijs.
foto's Deniz Alkac
We woonden in een gestoffeerd - te koop staand - herenhuis in Krimpen ad IJssel dat ik had gehuurd om de perikelen rond mijn scheiding tot rust te laten komen. Ik haalde mijn zoon op van school en ging naar de markt. Daar hoorden we dat er een vliegtuig - een ongeluk - door een van de Twin Towers was gevlogen. Eenmaal thuisgekomen zagen we op de geleende TV juist dat de eerste toren instortte. Zoveel agressie, zoveel doden, zoveel verdriet. Het mijne was er niks bij.
Ik werd vannacht spontaan wakker om 04.01 uur en ik glimlachte.
Twaalf jaar geleden werd ik ook midden in de nacht wakker. We woonden nog als een gezin in een eengezinswoning. Ik was me meteen bewust van welk geluid ik wakker was geworden: de kraan bij de wasbak in de badkamer. Toch sliep manlief als een roos naast me. Dat kon dus alleen Deniz zijn, maar wat deed in hemelsnaam een jongetje van 3 bij de wasbak in de badkamer omstreeks 4 uur ’s nachts? Ik sprong uit bed en liep de badkamer in.
Daar trof ik een klaarwakkere kleuter aan die zijn handen stond te wassen bij een wasbak. Door het afvoerputje verdween het water in allerlei kleuren. Desgevraagd antwoordde Deniz dat hij een hele mooie tekening voor me had gemaakt … met vingerverf.
Het kunstwerk lag in zijn kamer op de grond, naast een Playmobil spacestation dat al weken in aanbouw was geweest, maar nu in een vergevorderd stadium verkeerde. Nee, hij had niet kunnen slapen, was maar aan het werk gegaan en vroeg me – me nu stralend aankijkend – of ik niet blij en trots was dan?
Jaren gingen voorbij waarin ik echt alles probeerde om Deniz een normaal slaapritme te laten krijgen, van melatonine (die ik promootte als ‘pilotenpilletjes’) tot antroposofische korreltjes (die ik stiekem in zijn warme melk oploste) en adviezen van allerhande deskundigen. Niets hielp. Deniz was en is een jongen die maar weinig slaapt, maar die altijd goed presteert op school en fit en vrolijk door het leven gaat.
Vannacht werd ik om 04.01 uur spontaan wakker en ik glimlachte. De eerste uitzending van het nachtprogramma ‘Al wakker Nederland’ van de nieuwe omroep Wakker Nederland op Radio1 was zojuist begonnen. In de redactie, 15 jaar oud en daarmee de jongste redactionele medewerker van een publieke omroep ooit, mijn Deniz …. Ja, ik ben blij en trots!
(foto: Deniz aan het werk bij V-radio als DJ)
Nee, geen film – een goeie trouwens – over gevangenschap in Turkije, maar de sneltrein, midden in de nacht, van Luxor naar Caïro. Ik ben dan weliswaar al weer weken aan het werk, ik moet mijn vakantieverhaal toch afmaken.
De treinreis, met verstrek om 00.00 uur vanaf Luxor CS was een bijzondere ervaring en alles wat ik niet had verwacht.
Zolang als ik me kan herinneren maakte de nachttrein van Luxor naar Caïro indruk op me. Het leek me een variant op de Trans Siberië Express, maar dan met weinig comfort, levende kippen en bloedje heet.
Het werd anders: de trein was erg druk, dat wel, maar wij reisden eerste klas en hadden dus besproken zitplekken. Dit betekende ook dat de coupé voorzien van was airco. En hoe! Om maar met de deur in huis te vallen: ik heb slecht kunnen slapen omdat het zo koud was!
Die airco zat overigens alleen in de coupés en niet bij de tussenbalkons, waar minder gefortuneerde Egyptenaren ongekoeld de hele nacht op hoopjes lagen te slapen of zich staande vergaapten aan de gekoelde medereizigers.
Met als flauw excuus de gang naar het toilet, zochten de gebalkonneerden vaak verkoeling door via onze coupé vaak naar het toilet te lopen en dat was op zijn zachtst gezegd ‘minder fijn’, want wij lagen op de eerste rij stoelen bij de deur tussen coupe en tussenbalkon. We lagen ja, dat dan weer wel, op riante vliegtuigstoelen die naar achteren verstelbaar waren, maar de mijne was kapot en klapte in een dreun bijna horizontaal naar achteren.
Toen we de volgende morgen om 7.00 uur op Caïro CS aankwamen, was ik blij om weer de broeierigheid van de stad op mijn blote armen en benen te kunnen voelen. We werden naar het Indiana Hotel gebracht waar we even uitsliepen, ons opfristen en vervolgens de stad op eigen gelegenheid bezochten.
Wij kozen ervoor om na het avondeten bij BonBini, een loungy restaurant aan de Nijl, te gaan winkelen in het bruisende winkelgebied van Caïro. Door de modern verlichte winkels, met nog fellere lichtreclames aan de gevels, waanden we ons af en toe in Londen tijdens een hittegolf, maar eenmaal in de winkels wisten we het weer: we were shopping like the Egyptians.
We waren gestart in een stadshotel in Caïro, met kamers die
zo groot waren dat het eerder appartementen leken, sommigen inclusief
zitkamergedeelte en badkamers met wirlpools – maar: géén waterdruk genoeg
om te vullen . In de woestijn en op de
felucca sliepen we onder de sterren en gebruikten we respectievelijk natuurlijke
warmwater bronnen en de Nijl als badkamer. In de Dakla oase verbleven we in
koepelvormige huisjes met een goede douche en een ventilator. In Aswan was het
zwembad op het dak klein, maar een heerlijke verfrissing en de kamers doelmatig
maar zonder noemenswaardig raam met uitzicht. Luxor daarentegen deed zijn naam
eer aan.
Het Queen Valley Hotel, direct grenzend aan de Sfynxstreet,
die loopt vanaf de Luxor naar de Karnak tempel, was het tot dan toe meest luxe
hotel op onze trip. Een flink zwembad , waarin je echt baantjes kon trekken, op
het dak was omringd met een groen nepgrastapijt, zodat je slipperloos in de
ruim 45 graden Celsius van het ligbed naar het bad kon lopen. We hadden een
prachtige kamer met leuk uitzicht, free wifi en een goede badkamer met genoeg
waterdruk: Luxe hoor!
We hadden Luxor vorig jaar als dagexcursie al bezocht, dus sloegen we de meeste tempelbezoeken en de Vallei van de Koningen over en vertoefden ontspannen op het dak van het hotel.
In Aswan namen we na 2 dagen nu eens niet het busje om door te reizen naar Luxor. Er lagen 2 traditionele zeilboten voor ons klaar: z.g. felucca’s. Daarmee gingen we tot Kom Ombo (zeg maar halverwege) Aswan en Luxor.
De 7 ‘jongere leden’ van ons reisgezelschap klitten op deze zeilboot bij elkaar, al ware zij jeugdigen in het Dorp van Wim Sonneveld, de ouders en onze 3 vrijgezellen van thirty-something reisden op de andere zeilboot. Bij ons aanboord bevonden zich de 2 koppige bemanning en de ‘bedrijfsleider, die het overigens flink aan de stok kreeg met een groepje Aswanen aan wal. Het ging zelfs zo ver, dat de toeristenpolitie (gewapend) tussen beiden moest komen en ons ondertussen geruststelde met de mantra ‘Ser ish no problem’. Door alle trammelant had de betreffende ‘bedrijfsleider’ dusdanige hoofdpijn gekregen dat hij ons al gesticulerend duidelijk maakte dat hij van boord ging en ons aan de goede en gezellige (en dat was ook zo) zorgen van zijn bemanning overliet. Groot was de hilariteit toen de beste man, gehuld in traditioneel wit gewaad met geblokte hoofddoek, de zeilboot verliet met een spiksplinternieuwe laptoptas in zijn hand.
De tocht voerde ons langs vruchtbare grond vol vogels en andere fauna, die ik helaas niet kan benoemen. Eén vogeltje is me bij gebleven: de ijsvogel. Er zaten er heel veel van in het Nijlriet en vanuit mijn stadse inborst vond ik dat heel bijzonder, aangezien het 41 graden Celsius in de schaduw was.
Sinds wijle president Nasr een enorme dam in de Nijl liet bouwen, is er aan de zijde van Egypte geen Nijlpaard of Krokodil meer gesignaleerd. De dam staat in Aswan en ziet er lang niet zo sensationeel uit, maar de positieve en negatieve effecten op de flora en fauna zijn desalniettemin gigantisch.
In Aswan bezochten we een school, waar we zowel in het Arabisch als in het Nubisch het alfabet leerden en tot 10 leerden tellen, maar ook een huis waarin een Nubische familie woonde en leefde. Wat bleek: elk Nubisch gezin heeft minimaal 1 zo niet meer krokodillen. Ze halen deze zeer jong aan de andere kant van de dam, in Soedan, uit de Nijl en voeden ze op tot een soort van huisdieren.
Ze worden prima verzorgd, zo niet gekoesterd zoals wij onze katten betuttelen, en hebben een prima onderkomen in de doorgaans behoorlijk grote huizen aan de Nijl.
We gingen Hibiscusthee drinken en eten bij een Nubische familie en mochten de huis-Croc vasthouden. Een hele ervaring, die overigens wat koeler aanvoelde dan de katten thuis, maar dat lag natuurlijk aan de koudbloedige aard van dit beestje.
a.s. Vrijdag is het zover; dan vertrekken voor de derde maal richting Egypte. Deze keer niet om lui te dobberen boven een rif, behorend tot een all-inclusive resort in Sharm el Sheikh of Hurghada.
Nee, deze keer doen we Egypte echt. Drie weken lang reizen we avontuurlijk, zo belooft Shoestring ons, door het land van de farao's. Niets is all-inclusive, soms slapen we zelfs zonder dak boven ons hoofd. We flaneren langs de Nijl en bezeilen die later ook nog een keer, we kamperen in oase's, beklimmen tempels, begluren planeten in donkere nachten en snorkelen uit eindelijk toch wel weer tussen de mooie vissen in Dahab om het zand goed tussen de tenen weg te spoelen, terwijl al die tijd internet schaars is en twitter dus plaats maakt voor reisverslagen op dit blog (ervan uitgaande dat we wel internetcafe's tegenkomen onderweg).
Onderstaand de route:
Gisterenavond was de ploegenpresentatie. Alhoewel ik niets met (wieler)sport heb, kreeg ik toch kippenvel toen Lance Armstrong met z'n RadioShack-ploeg het podium op kwam gereden. Al snel was de twitterploeg ook compleet en werd het heel gezellig.
Zaterdag om 10.00 uur moet ik me als vrijwilliger in de 'Informatievoorziening' melden bij De Kuip. Daar krijg ik een kledingpakket en blikjes drinken. Met een busje word ik vervolgens naar de locatie gebracht waar ik mijn shift zal draaien. Ik heb er ongelofelijk veel zin in!
Foto van @trance_cat van gisterenavond bij ploegenpresentatie & Bløf met @jantien010 @danischouten, @spems @elskamp @tom_beek, @denware @gijsbregt, @sybrenandringa en @hadeja.
2 meisjes, jaartje of 18, in Lijn 21 ter hoogte van Oostplein, Rotterdam:
Meisje #1 "Waar ligt Rijnhaven?"
Meisje #2 "Dat is niet hier hoor, hier in de stad ligt de Maas!"
#LekkerSlim is er niets bij ....
In de zomer(vakantie) van 1991, net 32 jaar - ja, wel een beetje raar – stond ik te trillen op mijn benen: ik werd halsoverkop verliefd op de Turkse jongen (net 20 lentes jong) die mijn koffer naar mijn kamer bracht. Het was wederzijds. De onstuimige vakantieflirt werd serieus en nauwelijks 2 maanden later werden wij in mijn toenmalige woonplaats Capelle aan den IJssel, in de echt verbonden. ‘Eigen import’ noemde ik mijn Turkse adonis trots.
Het was een goed huwelijk en na 4 jaar werd onze zoon Deniz, vernoemd naar de zee (in het Turks: deniz) waarin ik pootje badend stond toen ik voor het eerst mee uit werd gevraagd, geboren.
Ik sprak inmiddels vloeiend Turks, zodat ik los van de Turkse koetjes (inekler)en kalfjes (danalar) ook het nieuws, op TV en in de kranten, goed kon volgen en op bestemming ook politiek getinte gesprekken met vrienden en familie kon aangaan. Hoe meer ik ieder jaar weer van het land en de wijze waarop de Turken leefden te weten kwam, hoe meer de gezamenlijke droom van manlief en mij, rond het jaar dat Deniz naar het primair onderwijs zou gaan voor goed te verhuizen naar Turkije en daar samen oud te worden - hij iets minder snel dan ik - in het gedrang kwam.
Als jongste dochter uit een links nest, pleeg ik mijn mening te pas en te onpas te uiten en de vrijheid daartoe bevalt me tot op de dag vandaag uitstekend. Mijn echtgenoot kon zich wel eens irriteren aan die ongeremde uitgesprokenheid, vooral als het in zijn geboorteland plaatsvond.
Zoals die halfbejaarde generaal die in zijn grote Amerikaanse slee compleet met militaire escorte naast ons stond op de veerpont van Izmit naar Istanbul en op de achterbank een – overduidelijk minderjarige – schoonheid zat te zoenen. Ik sprak de man – in het Turks - aan op zijn wangedrag en vroeg me hardop af of moeder-de-vrouw hiervan wel op de hoogte zou zijn. Ik werd, vanwege mijn nationaliteit, niet gearresteerd, al werd mijn echtgenoot wel te verstaan gegeven dat hij me in het vervolg harder – desnoods met stoel of tafel – moest slaan om mijn grote mond te snoeren. Hij deed dat overigens niet.
Ik las boeken in het Turks (o.a. de Duivelsverzen van Rushdie op het strand van Marmaris, oké ik dreef het af en toe ook wel op de spits) en steeds vaker waren tijdens vakanties in Turkije discussies, verguizing, zo niet hoon en agressie mijn deel. Meerdere malen werd ik door de politie aangesproken om toch vooral eens mijn grote mond te houden of anders … en thuis werd het daarom ook niet gezelliger. Logisch eigenlijk, zeg ik achteraf.
Deniz was 2 jaar oud toen ik definitief de stekker uit onze droom trok. Ik zou nooit en te nimmer willen wonen in een land waarin vrijheid van meningsuiting en persvrijheid niet bestonden. Een discussie was niet meer mogelijk, ‘want’, zo stelde ik pertinent – ik weet het nog zo goed – ‘ik moet er toch niet aan denken dat zoonlief journalist wordt en dan op grond van zijn linkse denkbeelden ‘zo maar’ voor altijd verdwijnt of met geëlektrocuteerde geslachtsdelen in een ravijn bij Van zou wordt teruggevonden’.
Feitelijk was dit het moment dat mijn echtgenoot besloot mijn ex-echtgenoot te worden, wegens verlies van gezamenlijk doel, al lieten we allebei – tegen beter weten in - het huwelijk nog 4 jaar duren.
Deniz wilde tot zijn 11e , net als zo veel andere jongens, piloot worden en had geen weet van deze discussie.
Hoe het dan toch kan lopen: de afgelopen 4 jaar heeft hij zich als blogger en fotograaf ontpopt tot 15e jarige journalist-in-de-dop. Een ‘geboren journalist’ dichtte onze twitterende buurman hem op 8 april, hem toe.
Vandaag, op de Internationale dag van de Persvrijheid, ben ik nog steeds blij met mijn beslissing in 1997 om niet permanent te willen wonen in Turkije en daarmee het toekomstperspectief van Deniz en stuk transparanter, eerlijker en veiliger te laten zijn.
Maar het mooist zou het natuurlijk zijn als journalisten in elk land ter wereld die veiligheid zou kunnen ervaren en het kaartje bovenin helemaal groen zou zijn.
Ik sukkelde gisterenavond bij de TV in slaap en werd rond de klok van 01.00 uur wakker. Op het moment van ontwaken was er een vrouw op TV die - haar blote (flinke) borsten masserend - de kijkers aanspoorde om een telefoonnummer te bellen met een spoedig orgasme in het vooruitzicht.
Handen vol denk ik dan, zowel de dame in kwestie als de gewillige kijker: Handen vol.
Ik vind een man met grijs haar een regelrechte turnoff.
Bij het zien van grijs haar is het alsof mijn hersenen op de automatische piloot het beeld van Sex and the City’s Samantha, in de scene waar haar date-op-leeftijd met slaphangende billen de vrijpartij verlaat voor een toilettaire noodstop, op mijn netvlies zetten. Grijs haar associeer ik regelrecht met prostaatproblematiek. Grijs haar is, volgens mij, als de laatste halte van een lange treinreis, waar eventuele passagiers nog wel kunnen uitstappen, maar niemand meer in stapt.
Ik begrijp wel dat je van een partner met grijs haar houdt, als je ook jongere tijden met hem hebt gekend. Als je bij een eerder treinstation bent ingestapt en de reis, hoe enerverend soms ook, zo leerzaam en mooi is geweest, dat je als vanzelfsprekend blijft zitten tot het eind. Verliefd worden op grijs, of laten we man en paard noemen: zin in seks krijgen bij het zien van een man met grijs haar, daar heb ik het over; dat lukt me dus niet en dat is best een probleem.
Ik ben namelijk zelf 50, single en hoewel niet actief op zoek, zou ik graag gevonden willen worden om op de vinder straalverliefd dan wel op een wat meer tijdelijke basis lichamelijk aangetrokken te worden. Het probleem is echter, dat – hoe lief en goed bedoeld ook – ik alleen gevonden word door grijze mannen…. van 60 jaar … en ouder.
Mannen van mijn leeftijd zijn vaak nog slechts licht grijzend bij de slapen. Dat is een heel ander verhaal. Grijzend op de slapen koppel ik regelrecht aan wijsheid, levenservaring en doorzettingsvermogen. Daar krijg ik wel degelijk die vlinders van aan de gang, maar door hun wijsheid en ervaring en met een niet aflatend doorzettingsvermogen, hebben deze mannen uitsluitend het vizier op mijn seksegenoten van hooguit begin 40. Zij zullen mij dus niet (eens willen) vinden.
Laatst begreep ik opeens waarom ik met cynische retoriek meteen afknap op mannen met grijs haar. Het drong tot me door dat het een kwestie van zelfbescherming is en een ultieme exponent van de ontkenningsfase. Het moment dat het dubbeltje viel, was vlak nadat mijn kapster me adviseerde om meer ‘as’ dan ‘ blond’ als haarverf te kiezen, omdat ‘het zo mooi mij mijn eigen haarkleur past’.
Dit jaar zou hij 100 zijn geworden. Toen ik op de wereld kwam was hij 50 en ik was 19 toen hij stierf: ik heb het over mijn vader.
Zijn hele werkzame leven werkte hij bij dezelfde baas. Daar was hij na de Ambachtsschool aan de Beukelsdijk in Rotterdam (het huidige Carre College, behorend tot de onderwijskoepel waar ik nu werk) gaan werken en daar – bij Scheepswerf Wilton-Fijenoord te Schiedam – is hij met 65 jaar met pensioen gegaan.
Elke dag reisde hij vanuit Rotterdam-West waar ik geboren en getogen ben op zijn Solex heen-en-weer. We konden er de klok op gelijk zetten dat pa om 5 over half 6 de straat in kwam gesolext. Als klein meisje mocht ik dan op het zadel gezeten, het stuur vasthoudend, terwijl hij naast me lopend de Solex voortduwde, een rondje maken naar de hoek van de straat en weer terug.
In de zomer had hij soms, als het echt mooi weer was, ijsjes bij zich: dubbeldikke roomijsjes van Jamin met chocola; dit waren hoogtij dagen.
In 1972 –hij was toen 3 jaar van zijn pensioen verwijderd – werd hij voor het personeelsblad van de scheepswerf gefotografeerd. Ik herinner me nog de dag dat ik met mijn moeder was gaan winkelen en thuiskwam om daar op de deurmat – in een voor die tijd zeer gebruikelijke banderol – het blad aan te treffen. Ik liet mijn moeder zich een ongeluk schrikken door als 13 jarige uit te roepen: ‘ Oh mama, papa ligt op de deurmat!” , waardoor mijn moeder haar love-of-her-life meteen als dusdanig in levende lijve vreesde aan te treffen.
Ik was ongelofelijk trots om mijn vader op de cover het magazine aan te treffen en heb het exemplaar sindsdien gekoesterd. De vouw van de verzending met banderol is zichtbaar. De foto is in zwart/wit, zoals het hele leven toen nog was.
Ik zag vandaag op straat een sok liggen. Dat roept bij mij altijd heel veel vragen op, zo’n sok.
Het was een vieze sok, maar onduidelijk was, of de sok al vies was en wellicht daarom daar lag, al blijft dan de vraag bestaan: waarom maar een?
Wellicht was de sok op het moment dat hij daar kwam te liggen wel schoon en ligt hij er al zo lang, dat ie uiteindelijk door weer en wind vies is geworden. Toch lag hij er gisteren niet, ook niet ietsje verderop in de straat.
Het was een herensok, althans een donkere blauwe met van die opgedrukte lettertjes onder de zool, waarschijnlijk ook de maat, maar dat zie je niet meer door de viezigheid. De sok heeft een gebreid boord en een klein werkje aan de zijkant. Het was een korte sok. Zo een die net de knokkel van de enkel bedekt. Het was al met al geen modische sok.
Ergens in de stad, in de straat waar de sok nu ligt of wellicht een eindje verderop, leeft een man die een sok kwijt is, of heeft weggegooid. Wat heeft ie nu met de andere sok gedaan? Woont hij wel in de buurt of is de sok uit een rijdende auto gegooid? Waarom zou een man een sok al rijdend uit de auto gooien?
Hoe oud zou de man zijn? Hoe komt hij aan die slechte sokkensmaak? Is hij zich daarvan bewust geworden en heeft hij daarom die sok weggegooid? Maar waarom dan de andere niet, althans niet op dezelfde plek. Ligt er elders in de stad de tweede sok? Waar dan?
Heeft de man een partner en vraagt hij nu elke keer waar zijn sok is? Is de man verward en wellicht zich nog niet eens bewust dat hij losse sokken in de stad verspreid? Hoeveel heeft hij er inmiddels dan verspreid? Alleen deze of zijn er talloze te vinden in de stad?
Mijn hoofd slaat compleet op hol met dit soort vragen. Ik zie een buikspreker voor me die radeloos in zijn koffer met attributen zoekt naar die ene sok. Ik let op alle mannen die mij nu passeren of ze wel 2 sokken dragen onder hun pantalon. Zou er een touwtje aan de sok zitten? Lag die sok er soms om mijn fantasie te prikkelen en zou hij als ik me niet meer kan bedwingen en de sok had willen oppakken als een fop-verloren-portemonnee zijn weggetrokken door kwajongens in de bosjes? Maar waarom zou ik een vieze herensok hebben willen oprapen?
Is de sok van een balkon gewaaid of uit een wasmand? Zou er geld ingezeten hebben. Hij lag immers niet ver van de hoofdvestiging van de Rabobank vandaan. Maar dan was het niet veel, want – zoals gezegd – het was zo’n kort model …
Zoveel vragen, zoveel fantasie, maar de sok ligt er nog. Aan de Blaak ter hoogte van de Rabobank in Rotterdam. Of heeft iemand hem nu al opgeruimd of opgehaald? Gewassen, weer opgerold, samen met de tweede? Wie dan? Waarom?
Op 5 maart a.s. om 14.00 uur zal, oud-leerling van het Rotterdamsch Lyceum, Alexander Pechtold het nieuwe schoolgebouw van de havo/vwo-school ‘Lyceum voor Beeldende Vormgeving', aan de Westzeedijk 497 in Rotterdam, openen.
De D66 voorman was zelf leerling op het Rotterdamsch Lyceum, een vestiging van de onderwijskoepel LMC Voortgezet Onderwijs, waartoe statutair het Lyceum voor Beeldende Vormgeving behoort.
Deze innovatieve havo/wvo is de enige vooropleiding voor de Kunstacademie in Nederland. De school werd ontwikkeld in nauwe samenwerking met de Rotterdamse Willem de Kooning Academie (WdKa) en ging in september 2009 van start.
Achtergrond
Het idee voor deze school komt niet uit de lucht vallen. Vooropleidingen voor dans, muziek en theater heeft LMC al in huis, het ontbrak Rotterdam echter nog aan een havo/vwo school waarbij de beeldende vakken 5 of 6 jaar lang centraal staan. In deze behoefte voorziethet Lyceum voor Beeldende Vormgeving vanaf 1 augustus 2009.
Onderwijs
Het unieke van het Lyceum voor Beeldende Vormgeving is dat leerlingen in alle klassen 10 uur per week les krijgen in allerlei vakken die met beeldende vormgeving te maken hebben. Gedacht moet dan worden aan vakken zoals: tekenen, schilderen, werkplaatstechniek, ideeontwikkeling, mode, film, illustratie, animatie, digitale media en filosofie.
Voor de start werd gebruik gemaakt van ruimte in de naburige Mavo Delfshaven voor de z.g. ‘avo-vakken’, terwijl de creatieve vakken in Villa Zebra werden gegeven. Om de leerlingen efficiënt te laten forensen tussen deze twee locaties kreeg elke leerling in de brugklas een schoolfiets.
Als op 5 maart het historische pand, dat in Rotterdam bekend staat als ‘De Pepermuntfabriek’, is geopend, krijgen de leerlingen de beschikking over een functioneel goed doordacht gebouw, met op de tweede etage ruim baan voor de creatieve vakken bij optimaal daglicht.
Op zaterdag 6 maart a.s. is iedereen welkom tijdens de open dag , die van 10:00 tot 15:00 uur wordt georganiseerd.
Terwijl de berichtgeving van over op handen zijnde Tsunami’s langs de hele pacifische kust elkaar steeds nadrukkelijker opvolgen, gaan we mijn gedachten terug naar 2004.
Dat jaar was – alle overige ellendige momenten in het leven, wie heeft ze niet, ten spijt -het meest slechte jaar van mijn leven en overtreft daarmee zelfs het jaar 1991 waarin bij mij kanker werd geconstateerd (inmiddels volledig genezen) en 2001 het jaar van mijn scheiding, die op het nippertje geen huiselijk drama werd.
In 2004 zag ik het allemaal niet meer zitten, moegestreden, leeggezogen en - wegens bevriezing door een rechter - nagenoeg zonder financiële middelen, was ik weliswaar opnieuw begonnen, maar lukken deed het maar niet. Een nieuwe liefde had me verlaten en plannen voor vestiging in het buitenland waren verdampt. Kortom: een tunnel zonder licht aan het eind.
Totdat zoonlief en ik op tweede kerstdag naar Amsterdam vertrokken om een matineevoorstelling van Slava’s Snowshow in de Theaterfabriek bij te wonen. De show was onvergetelijk. We werden meegenomen door zijn positieve energie, zijn humor, de knappe effecten. Het was alsof een fee met haar toverstok een sluier geluk over ons uit stortte. Slava moet het vanaf het podium gezien hebben hoe wij samen, midden in die uitverkochte zaal, straalden van geluk. Na het encore kwam hij, lopend over alle andere stoelen, regelrecht naar ons toe.
‘Thank you so much mister Slava’, stamelde ik nog dronken van wat me was overkomen, ‘Thank you so much for giving us the happiest moment of this year’. Hij pakte mijn hand in zijn beide handen en kneep er zachtjes in. In zijn ogen zag ik alleen tragiek. Een echte clown, dacht ik nog.
Totdat we op Amsterdam CS als door een mokerslag werden getroffen door het nieuws wat ons tot dan toe totaal was ontgaan: honderdduizenden slachtoffers van een Tsunami aan de andere kant van de wereld. Slava wist het al, realiseerde ik me en ik schaamde me voor mijn geluk.
Deze week waren we, zoonlief en ik, Twitterjarig. Exact twee jaar geleden zijn we actief gaan twitteren onder de namen (@twit2wilma en @denware) die we vandaag de dag nog steeds voeren. Ik zeg dat er even bij, want we waren in de zomer van 2007 al op Twitter, maar dan onder andere pseudoniemen en daar deden we eigenlijk niets mee. @twittuh koos ik toen als naam, hmmm … soms krijg er op dat account nog wel eens follower erbij, maar morsdood is dat account toch wel.
Morsdood was ook de man die op 18 februari 2008 onder de bumper van de auto van mijn vriendin lag, pal voor onze voordeur. Eerder had de man in kwestie recht onder mijn balkon zijn ex-vrouw neergeschoten (overigens overleed zij later aan die verwonding in het ziekenhuis) en daarna zichzelf door het hoofd geschoten.
Terwijl buren zich verzamelden achter het lint van de politie en de SBS-6 camera’s snorden; ik belde zoon Deniz, die in de tram op weg naar huis was, met de melding zich te haasten, want er viel iets te fotograferen. Eenmaal de ‘ crime-scene’ aanschouwd te hebben, rende hij naar onze 18e verdieping, schoot vanaf het balkon een close-up van de dode man (die voor alle persfotografen onzichtbaar achter een scherm lag) en vervoegde zich bij de aanwezige schrijvende pers.
Al vrij snel hapte de Telegraaf toe - de foto stond de volgende morgen op de voorpagina van het Rotterdam-katern - , maar had hij ook de aandacht van de overige pers en een aantal ‘ journalistieke’ buurmannen, zoals Erwin Boogert en Francisco van Jole te pakken. Er werd over hem geblogd en getwitterd ….
Een directe aanleiding voor hem op ook ‘op twitter’ te gaan en omdat we wel vaker dingen gezellig samen doen, moedigde hij ook mij aan te gaan twitteren. De eerste die ik ging volgen was natuurlijk zoonlief, toen buurman Francisco van Jole (@2525) en Obama - die toen nog volop aan het campagne voeren was. Ik was meteen verkocht en blogde over de ontvangen e-mail: “ Barack Obama is following you on Twitter “ .
Sindsdien heb ik bijna elke week wel een of meerdere leuke tweetmeets in de agenda staan, meestal in Rotterdam, soms elders in het land. Soms met inmiddels dierbaar geworden vrienden, waar ook ter wereld. Onvergetelijk was de spontane actie om in 2008 met 12 twitteraars naar Parijs te gaan om daar de Nike Human Race te lopen.
Op grote events staat er binnen een half uur een ‘ follower’ naast je om even te babbelen, even samen iets te drinken. Gewoon gezellig, zonder enige verplichting of diepgang, maar altijd met een positieve invalshoek.
In geval van onverhoopt praktisch ongemak onderweg is er altijd wel een twitteraar in de buurt die te hulp schiet. Dat hoeft niet eens een follower te zijn, want door re-tweets belandt het onheilsbericht bij een veelvoud van de eigen followers. Met twitter ben je nooit zonder ‘bekenden’ of ‘ bekenden-van-bekenden’ en dus nooit alleen.
De man, die zichzelf - na z’n wanhoopsdaad uit pure eenzaamheid - van het leven beroofde, verschafte mij een groter netwerk van ‘ warme’ contacten dan ik ooit zonder twitter had kunnen formeren. Dan denk ik toch: stel dat het sociale netwerk van die man groter zou zijn geweest ...
Op maandagavond 14 december nam, totaal verdiend, Winne 3 Awards in ontvangst. Eén voor beste artiest (zo blij dat iedereen dit nu snapt), één voor het beste album van 2009 (Winnen zonder Strijd, hij wist het van te voren dus ...) en één voor de beste live sessie op 101 barz. Afsluitend trad hij op o.a. met Jiggy Dj''e en Flinke Namen, maar tijdens 'Alles wat ik wil' samen mett GMB liepen de Echtuh Tante rillingen over mijn rug.
Woord vooraf:
Vóór ik de mug, die mij 20x heeft gebeten in een klammige zomernacht, zodat ik door lymfe oedeem dagen lang niet alleen jeuk, maar ook pijn zal ervaren, doodsla, prevel ik een gebedje ter vergiffenis en hoop ik op begrip omdat een dialoog met de betrokken dader écht niet wilde lukken. Dit ter illustratie van mijn absolute pacifisme. Bovendien ben ik de trotse pr-dame van een schoolbestuur waar leerlingen van zowel een praktijkonderwijs op Rotterdam-Zuid als een vmbo in Rotterdam-Schiebroek een project initieerden in een tram om het gedrag van jongeren aan de kaak te stellen in resp. tramlijn2 en 25.
Dit gezegd hebbende verwijs ik ook graag naar een redelijk recente blogpost over mijn eigen dagelijkse commute per tram en metro en de wanprestaties van het betreffende RET personeel.
Het leidde twee dagen geleden nog tot een hilarische dialoog met mijn waarde collega. Ik gaf aan dat ik had geboft diezelfde ochtend, omdat mijn sprintje naar de bij de beginhalte gestationeerde tram niet was afgestraft met een vriendelijk zwaaiende trambestuurder en dito conducteur in de wegrijdende tram, zoals dat vaker wel dan niet gebeurde.
Zij bepleitte, wetende dat ik ernstig negatief bevooroordeeld ben over Rotterdam-Zuid, waar zij weer liever is dan ik, dat het RET personeel op Zuid wel altijd heel beleefd stopt als een passagier nipt zijn tram dreigt te missen. Geen wonder, zo diende ik haar van repliek, op Zuid kijkt het personeel wel link uit om geen service te verlenen, de klappen zijn daar flink aangekomen.
Zojuist hoor ik een quote minister Eurlings in het nieuws van vijf uur: “een plaats in het OV moet je verdienen door goed gedrag”. Menen ze dit nou echt? Let wel: ik kom nog uit een wereld waarin een aanbieder door goede service mijn klandizie verdient. Dit is dus de omgekeerde wereld.
Ik betaal aan abonnementen € 600,- per jaar om hele slechte service te ervaren, zoals conducteurs die te beroerd zijn om goedemorgen te zeggen, of überhaupt hun gesprek op hun mobiele telefoon willen onderbreken om mij als klant te woord te staan. Conducteurs die op me op de vroege morgen deel maken van hun ochtendhumeur en me alsof ik bij hun op de vmbo in de klas heb gezeten meteen tutoyeren. Die feitelijk niet eens vrágen naar mijn plaatsbewijs, maar met een loverboyachtige wenk van het hoofd het plaatsbewijs opeisen. RET-geüniformeerden die als ik om reisadvies vraag hun schouders ophalen en me verwijzen naar een infoshop op Centraal Station, wat dan overigens totaal niet op weg ligt. En dan heb ik nog geluk, want ik heb ook al eens totaal verkeerde informatie horen verkondigen.
Nogmaals, ik sla nooit en ik keur geen enkele vorm van agressie om welke reden dan ook goed, maar ik ben empathisch genoeg om te begrijpen dat wanprestatie wangedrag oplevert. Nu moet dat dubbeltje ook nog bij de RET vallen én bij Eurlings..
Ze was al ziek en omdat het weer kanker was, een ziekte die als een woekeraar elk familielid, zowel van vaders als van moeders kant te pakken heeft gehad, en bij haar nu voor de derde keer de kop op stak, was het einde op komst, toen ik plots op mijn 36ste, ongepland, onbedoeld en daardoor compleet in de war, zwanger van vakantie uit Turkije terugkwam.
Toen in het voorjaar, 2 dagen voor haar laatste verjaardag, haar kleinzoon werd geboren, ging het snel bergafwaarts met haar gezondheid, alsof ze had gewacht om nog – hoe kort ook – van hem te kunnen genieten. Ze overleed in de bloedhete zomer van 1995 op 75 jarige leeftijd. Ik heb het over mijn moeder.
Mijn zus en ik waren tijdens haar laatste jaren stellig geweest: we wilden niet dat ze iets zou nalaten. In de tijd die haar nog restte moedigden we haar aan haar te genieten van elk moment en elke cent. Desalniettemin liet ze ons ongeveer vijfhonderd gulden na, een bedrag dat we tegen wil en en dank in ontvangst namen rond Sinterklaas en waar we geen raad mee wisten.
Als bij toeval kwam ik een dag later in Gouda in een seizoenwinkel waar ze louter kunstkerstbomen verkochten. Tot dan toe vond ik een kunstboom maar niks en het was in die tijd ook nog niet zo gewoon als nu. Ondanks mijn vooroordelen vond ik deze prachtig, groot en vooral nauwelijks van echt te onderscheiden. Van het geld van de erfenis kochten mijn echtgenoot en ik de grootste, mooiste kunstkerstboom uit de winkel en namen er een ingenieuze skibaan (die poppetjes, waaronder de kerstman zelve, vanaf het midden van de boom al cirkelend over de takken naar beneden liet glijden en met een heus skiliftje weer omhoog transporteerde) en een bewegende Kerstmannenpiek bij.
Eenmaal thuis gekomen bleek het optuigen een enorm karwei, dat al gauw een uur of vier in beslag nam, maar we deden het graag want het was ook het eerste Kerstfeest van onze zoon Deniz.
Sinds mijn scheiding, 6 jaar later, doe ik het samen met Deniz en elk jaar is mijn moeder tijdens het optuigen onderwerp van gesprek. Elk jaar veranderen de vragen die hij stelt over zijn oma die hem maar 3 maanden heeft mogen koesteren. De vragen pasten bij een zesjarige (Was jouw moeder streng?), later bij een tiener (Hoe oud was jij toen je moeder jou een mobiel gaf?) en zijn nu de vragen van een puber (Waarom is oma nooit meer hertrouwd nadat opa was overleden?). Wat destijds mij verweten kon worden als een overdreven, kitscherige aankoop is tot op de Kerst van vandaag, 14 jaar later, een waardevolle investering gebleken, want mijn moeder, mijn zoons oma, ze is er nog elke december bij.
Wilma van Raamsdonk: Een schrijvende reiziger, een reizende schrijver, maar nu nog even niet ...
Laatste reacties