Er is een historische zin geschreven door Boudewijn de Groot in zijn klassieker: De eenzame fietser: “Als ie maar geen voetballer wordt, ze schoppen ‘m misschien half dood”.
Stel je voor: je hebt een hele lieve zoon, hij wordt al groot nu hij zijn 16e verjaardag heeft gevierd. Groeien zie je hem met de dag en de baard zowel in keel als op kin dienen zich aan. Je lieve zoon is eenvoudig in de opvoeding. Nooit uitgesproken negatief maar ook niet laaiend enthousiast en passies worden uitgesteld tot later. Hij doet gewoon zoals dat heet: z’n ding. Rolt zonder problemen door het middelbaar onderwijs, schrijft zich in op het mbo, trapt op zaterdag een balletje bij de dichtst bijzijnde voetbalvereniging en kijkt op zondag naar TV. Hij gamet best veel, lummelt wat op straat – al of niet met een balletje – met een groepje vrienden, sleutelt wat een zijn 3e hands brommertje . Op vrijdag en zaterdag gaat hij uit. Wat hij dan doet, rookt en drinkt, dat weet je niet, maar dat hoeft ook niet want niets loopt uit de hand. Zo’n zoon …
Niks mis mee, maar …. dan gebeurt het: op een zonnige zaterdag wordt hij tijdens een voetbalwedstrijd flink onderuit gehaald. Onder de noemer ‘sportief en gezond’ breekt hij zijn been op maar liefst 2 plekken. Nog geen 2 uur later ligt hij in het ziekenhuis, waar hij zich wekenlang amuseert met chatten en gamen op de – troostbiedende - pas aangekochte laptop. Eenmaal thuis zijn dagelijks (voetbal)vrienden over de vloer en vergroeit hij tot een geheel: jongen, gips en de laptop. School, het maken van projecten of leren van lesstof: het zit er maandenlang niet in.
In Nederland noemen we dit pech. Zo’n jongen ervaart begrip, compassie en tolerantie; hij heeft het immers al moeilijk genoeg met die lelijke beenbreuk. Er is geen discussie over cijfers en absentie laat staan een retoriek over leren en plichten. Terecht.
Stel je nu een andere jongen van 16 eens voor: mijn lieve zoon van 16. Hij is al vanaf groep 8 basisschool elke dag druk in de weer om zijn talenten te ontwikkelen als radiomaker, presentator, columnist en ondernemer. Hij sport niet (maar is ook niet ongezond dik), hij doet wegens chronisch tijdgebrek nooit het huiswerk en slaagt (toch) met glans en hoge cijfers voor zijn voortgezet onderwijsdiploma.
Hij is een einzelganger, een ondernemer die het liefst zijn eigen gang gaat. Hij heeft focus, is creatief en hongerig. Hij gamet en comazuipt nooit, rookt niet, gaat wel eens uit, maar niet eerder dan dat al het werk voor de krant, zijn radioprogramma of de videoproductie voor een klant, af is. Hij bezoekt het liefst muziekevenementen om eens even lekker los te gaan, met vrienden uiteraard. Want hij heeft wel vrienden maar die wonen niet vanzelfsprekend om de hoek. Soms werkt hij aaneengesloten dag en nacht en dat snappen ook veel leeftijdsgenoten niet die liever in de avonduren op de bank TV kijken of gamen.
En dan gebeurt het: hij valt op, krijgt steeds vaker mooie aanbiedingen, mag auditeren als radiomaker, wordt gevraagd als ambassadeur en steeds vaker verschijnen zijn columns in steeds meer bladen. Daarnaast – en misschien wel door zijn bijzondere talenten – loopt het eigen videoproductiebedrijf ook op rolletjes.
Steeds vaker passen alle mooie aanbiedingen die op zijn pad komen niet meer in de vrije uren van het schoolrooster. Huiswerk past allang niet meer in de planning, waarin radiomaken, schrijven, filmen en gefilmd worden, domineren. Iedereen om hem heen weet: deze jongen komt er wel. Vlieguren, die heeft ie nog wel nodig. Of zoals hij het zelf schrijft:
In de mediawereld heb je vooral veel passie nodig, maar ook connecties en tijd. Passie om te laten zien hoe graag je wilt, connecties om daaraan je passie te laten zien en tijd om (vrijwillig) te laten zien dat je het waard bent.
Maar daardoor mist hij wel eens een paar uurtjes of een dagje op school. Diezelfde school overigens waar die zoon met beenbreuk op zit … Door veel soms (te veel) vlieguren te maken en daardoor oververmoeid te raken mist mijn zoon ook wel eens een weekje school. En die (veel kortere) absenties blijken gek genoeg wel een groot probleem.
De docenten klagen, misgunnen hem openlijk zijn succes, kleineren hem tepas en ontepas in de klas (anders krijgt ie maar praatjes) en de schooldirecteur mailt zich suf tussen het ‘bespiedend’ volgen van alle twitterberichten door.
Niemand op school die spreekt over: begrip, tolerantie, vrijstelling, geen seconde wordt er gekeken of er wellicht sprake kan zijn van dispensatie zoals op diverse ROC’s wanneer de leerling een voetbaltalent blijkt te zijn….
Daarom verzucht ik wel eens, in tegenstelling tot Boudewijn de Groot:, Was ie nou maar wel voetballer … in plaats van excellerend in taal en communicatie …
Laatste reacties