Op de dag dat we de sleutel kregen van ons nieuwe huis, eind november, viel het ons op dat het trappenhuis weliswaar naar ‘oudere woningen’ rook (en dat had ons tijdens de 2 bezichtigingen ook juist zo bekoord) maar dat uitgerekend recht tegenover ons in het trapportaal wel een hele pregnante lucht hing. Iets zurigs, onbestemd en zeker onaangenaam.
De volgende dagen waarop we uiteraard het nieuwe huis frequent bezochten, viel het ons ook nog op dat er nimmer licht brandde in de naburige woning, waardoor onze ongerustheid groeide. Het stonk en er was nooit licht aan. Dat kon immers betekenen dat een hoogbejaarde bewoner in eenzaamheid zijn laatste adem had uitgeblazen.
Als nieuwkomers wil je dan niet meteen alarm slaan. Het kon even goed zo zijn dat een jonge bewoner een jaar lang was gaan backpacken in Nieuw Zeeland en vergeten was de tilapiafilet in de afvalemmer op te ruimen. Of een goudvis die gedurende een drieweekse rondreis in Zuidoost Azië totaal was vergeten.
De overige voordeurdelers, die de bewoner wel konden duiden, moesten het immers ook opvallen, zo niet diens afwezigheid, dan zeker de lucht, die overigens door mij weinig doeltreffend met een geurstokjes op de vensterbank van een klein venstertje in het portaal werd bestreden, en zij kwamen niet tot actie.
Langzaam maar zeker verdween de lucht – of wenden wij eraan, vroegen we ons hardop af - maar aan de andere kant van het trapportaal bleef het stil en het licht 24/7 uit. We waren het bijna vergeten, tot vorige week …
Bij het ophalen van de post uit het vakje naast de voordeur, bleek het postvakje van de betreffende buur bruut opengebroken. Er zat een enorme lading post in, die overigens een paar uur later geheel was verdwenen. Op de voordeur prijkte een nieuw, niet passend, slot en het smoezelige deurmatje in het portaal was verdwenen.
Er was dus wel degelijk iets aan de hand, maar wat, wie en in welke hoedanigheid blijft een raadsel. Vooralsnog antwoorden wij op de vraag wie er naast ons woont: “Niemand”.
Geplaatst door: |