Donker is het als ik het huis verlaat om me te spoeden naar het werk; donker is het ook als ik na gedane arbeid weer huiswaarts keer. De donkere dagen voor Kerstmis; we zitten er midden in. Al moet eerst natuurlijk nog de man met de baard en tabberd de extra lange donkere avonden benutten om alle kinderen van schoencadeaus te voorzien. Het daagt me nu ik dit schrijf pas, waarom dit feest in deze tijd van het jaar wordt gevierd. Op een warme zomeravond waarop de horizon rozig verlicht blijft tot na elf uur, werkt zo’n mythe natuurlijk niet.
Veel mensen maken én vinden het gezellig. Diep in mijn hart, vind ik dat ook wel, alleen …. ik zie niets wat geen licht geeft. Dat heet nachtblind en dat heeft ongemakken.
De ongemakken van nachtblind spitsen zich vooral toe op deelname in het verkeer. Een argeloze student in modieus zwart op een fiets zonder verlichting is voor mij pas zichtbaar als de lichtbundels van mijn koplampen de fietsspaken raken. De ooit als ‘nou ja ze zitten erop, maar waarvoor weet ik ook niet’ bermstralers behoeden me voor het continu raken van stoepranden én vluchtheuvels. Het moge duidelijk zijn: autorijden is tussen vijf uur ’s middags en negen uur ’s ochtends in de winter voor mij lastig, maar fietsen volstrekt uit den boze. Een bumperdeukje doet immers minder pijn dan een flinke val.
Ik realiseer me dat ik tijdens mijn autorijlessen, meer dan dertig jaar geleden, bij het commando van de rijinstructeur ‘hier links af’, daadwerkelijk ter stond links af ging en in de met bodembedekkers beplante middenberm belandde omdat ik het toen óók al niet zag, want nachtblindheid is aangeboren. Althans: de variant die ik heb dan …
Dus even voor alle klas- en reisgenoten die door de jaren heen getuige zijn geweest van mijn verzwikte enkel na een val in de greppel, mijn gehechte voorhoofd na pijnlijke confrontatie met een tak en mijn bloedneus na een frontale botsing met een muur: ik zag deze obstakels tijdens de nachtelijke wandelingen écht niet. Ik zag ook in Tunesië die kameel niet, die achter de duinen lag te slapen, terwijl ik (toegegeven) dronken van te veel wijn tijdens de nachtelijke barbecue op het strand, even discreet een plasje wilde doen. En dat dus bovenop zijn kop deed …
En zo heeft nachtblindheid ook een groot voordeel: alles na zonsondergang heeft de potentie een hilarische anekdote te worden.
Geplaatst door: |