Op maandagavond 14 december nam, totaal verdiend, Winne 3 Awards in ontvangst. Eén voor beste artiest (zo blij dat iedereen dit nu snapt), één voor het beste album van 2009 (Winnen zonder Strijd, hij wist het van te voren dus ...) en één voor de beste live sessie op 101 barz. Afsluitend trad hij op o.a. met Jiggy Dj''e en Flinke Namen, maar tijdens 'Alles wat ik wil' samen mett GMB liepen de Echtuh Tante rillingen over mijn rug.
Woord vooraf:
Vóór ik de mug, die mij 20x heeft gebeten in een klammige zomernacht, zodat ik door lymfe oedeem dagen lang niet alleen jeuk, maar ook pijn zal ervaren, doodsla, prevel ik een gebedje ter vergiffenis en hoop ik op begrip omdat een dialoog met de betrokken dader écht niet wilde lukken. Dit ter illustratie van mijn absolute pacifisme. Bovendien ben ik de trotse pr-dame van een schoolbestuur waar leerlingen van zowel een praktijkonderwijs op Rotterdam-Zuid als een vmbo in Rotterdam-Schiebroek een project initieerden in een tram om het gedrag van jongeren aan de kaak te stellen in resp. tramlijn2 en 25.
Dit gezegd hebbende verwijs ik ook graag naar een redelijk recente blogpost over mijn eigen dagelijkse commute per tram en metro en de wanprestaties van het betreffende RET personeel.
Het leidde twee dagen geleden nog tot een hilarische dialoog met mijn waarde collega. Ik gaf aan dat ik had geboft diezelfde ochtend, omdat mijn sprintje naar de bij de beginhalte gestationeerde tram niet was afgestraft met een vriendelijk zwaaiende trambestuurder en dito conducteur in de wegrijdende tram, zoals dat vaker wel dan niet gebeurde.
Zij bepleitte, wetende dat ik ernstig negatief bevooroordeeld ben over Rotterdam-Zuid, waar zij weer liever is dan ik, dat het RET personeel op Zuid wel altijd heel beleefd stopt als een passagier nipt zijn tram dreigt te missen. Geen wonder, zo diende ik haar van repliek, op Zuid kijkt het personeel wel link uit om geen service te verlenen, de klappen zijn daar flink aangekomen.
Zojuist hoor ik een quote minister Eurlings in het nieuws van vijf uur: “een plaats in het OV moet je verdienen door goed gedrag”. Menen ze dit nou echt? Let wel: ik kom nog uit een wereld waarin een aanbieder door goede service mijn klandizie verdient. Dit is dus de omgekeerde wereld.
Ik betaal aan abonnementen € 600,- per jaar om hele slechte service te ervaren, zoals conducteurs die te beroerd zijn om goedemorgen te zeggen, of überhaupt hun gesprek op hun mobiele telefoon willen onderbreken om mij als klant te woord te staan. Conducteurs die op me op de vroege morgen deel maken van hun ochtendhumeur en me alsof ik bij hun op de vmbo in de klas heb gezeten meteen tutoyeren. Die feitelijk niet eens vrágen naar mijn plaatsbewijs, maar met een loverboyachtige wenk van het hoofd het plaatsbewijs opeisen. RET-geüniformeerden die als ik om reisadvies vraag hun schouders ophalen en me verwijzen naar een infoshop op Centraal Station, wat dan overigens totaal niet op weg ligt. En dan heb ik nog geluk, want ik heb ook al eens totaal verkeerde informatie horen verkondigen.
Nogmaals, ik sla nooit en ik keur geen enkele vorm van agressie om welke reden dan ook goed, maar ik ben empathisch genoeg om te begrijpen dat wanprestatie wangedrag oplevert. Nu moet dat dubbeltje ook nog bij de RET vallen én bij Eurlings..
Ze was al ziek en omdat het weer kanker was, een ziekte die als een woekeraar elk familielid, zowel van vaders als van moeders kant te pakken heeft gehad, en bij haar nu voor de derde keer de kop op stak, was het einde op komst, toen ik plots op mijn 36ste, ongepland, onbedoeld en daardoor compleet in de war, zwanger van vakantie uit Turkije terugkwam.
Toen in het voorjaar, 2 dagen voor haar laatste verjaardag, haar kleinzoon werd geboren, ging het snel bergafwaarts met haar gezondheid, alsof ze had gewacht om nog – hoe kort ook – van hem te kunnen genieten. Ze overleed in de bloedhete zomer van 1995 op 75 jarige leeftijd. Ik heb het over mijn moeder.
Mijn zus en ik waren tijdens haar laatste jaren stellig geweest: we wilden niet dat ze iets zou nalaten. In de tijd die haar nog restte moedigden we haar aan haar te genieten van elk moment en elke cent. Desalniettemin liet ze ons ongeveer vijfhonderd gulden na, een bedrag dat we tegen wil en en dank in ontvangst namen rond Sinterklaas en waar we geen raad mee wisten.
Als bij toeval kwam ik een dag later in Gouda in een seizoenwinkel waar ze louter kunstkerstbomen verkochten. Tot dan toe vond ik een kunstboom maar niks en het was in die tijd ook nog niet zo gewoon als nu. Ondanks mijn vooroordelen vond ik deze prachtig, groot en vooral nauwelijks van echt te onderscheiden. Van het geld van de erfenis kochten mijn echtgenoot en ik de grootste, mooiste kunstkerstboom uit de winkel en namen er een ingenieuze skibaan (die poppetjes, waaronder de kerstman zelve, vanaf het midden van de boom al cirkelend over de takken naar beneden liet glijden en met een heus skiliftje weer omhoog transporteerde) en een bewegende Kerstmannenpiek bij.
Eenmaal thuis gekomen bleek het optuigen een enorm karwei, dat al gauw een uur of vier in beslag nam, maar we deden het graag want het was ook het eerste Kerstfeest van onze zoon Deniz.
Sinds mijn scheiding, 6 jaar later, doe ik het samen met Deniz en elk jaar is mijn moeder tijdens het optuigen onderwerp van gesprek. Elk jaar veranderen de vragen die hij stelt over zijn oma die hem maar 3 maanden heeft mogen koesteren. De vragen pasten bij een zesjarige (Was jouw moeder streng?), later bij een tiener (Hoe oud was jij toen je moeder jou een mobiel gaf?) en zijn nu de vragen van een puber (Waarom is oma nooit meer hertrouwd nadat opa was overleden?). Wat destijds mij verweten kon worden als een overdreven, kitscherige aankoop is tot op de Kerst van vandaag, 14 jaar later, een waardevolle investering gebleken, want mijn moeder, mijn zoons oma, ze is er nog elke december bij.
Wilma van Raamsdonk: Een schrijvende reiziger, een reizende schrijver, maar nu nog even niet ...
Laatste reacties