We deden wat toeristen doen en liepen de BrooklynBridge, de bezochten de HighLine, beklommen de laatste 6 verdiepingen van de EmpreStateBuilding om op tijd zonsondergang te zien en bekeken de eerste schaatsers op Rockefeller Plaza. We aten bij het HardRockcafe grote steaks en kochten een NewYork sweatshirt op Times Square (waar overigens midden op straat een echte Amerikaanse bruiloft aan de gang was).
We ontbeten tussen echte Manhattanites bij Dishes op Park Avenue, aten Strawberry Shortcakes tussen de (wannabe) celebs bij Pastis op de hoek van Little West Street in Meatpacking District en doken een leuk bistrootje, net om de hoek van Amsterdam Avenue in Upper West, in om samen met Twanna minestrone soep te eten, omdat het restaurantje in het RiversidePark toch gesloten bleek te zijn.
We checkten onze email en twitterden als WiFi openbaar en gratis was (zelfs in onze kamer die niet veel groter dan een kast bleek te zijn!), maar ook in de Applestores op 5th avenue en downtown op 14th, waar overigens een hele klas kinderen een rondleiding kreeg. In plaats van een museumbezoek waarbij ‘het verleden’ wordt behandeld, kregen zij een flinke dosis ‘toekomst’ voorgeschoteld.
We fotografeerden uitzichten, high-rises, brownstones, parken, mensen en onszelf. We hadden metro-kaarten om onbeperkt met de subway te reizen, maar kozen er meestal voor om te lopen en zo nóg meer New York te kunnen zien, ruiken, inhaleren. We werden moe, laadden ons weer op, raakten geïnspireerd en (ook niet vervelend) vielen al bewegend ook nog af.
We kwamen, na een even comfortabele terugvlucht als op de heenreis, die weliswaar 1,5 uur werd vertraagd omdat JFK en het luchtruim erboven werd gesloten toen we op de runway taxiede naar de startbaan, omdat de Airforce One van Obama opsteeg (even voelde ik de behoefte om naar hem te twitteren met de mededeling dat het een Nederlandse gewoonte is om te trakteren wanneer onze paden zich voor de derde keer zouden kruisen), voldaan terug in Brussel.De treinreis naar huis was na 8 uur vliegen, door overvolle treinstellen en het natte, koude weer, erbarmelijk slecht, maar niets - écht niets - kon de New York pret drukken.
New York: I see ya zoen (again)!
Na een lekkere ‘Breakfast Special No. One’ op Times Square werd het vandaag hoog tijd dat we echt gingen shoppen. Daartoe namen we, zoals de evergreen ons aanmoedigt, de A-train richting Downtown.
Eén van de leukste straten op Manhattan is de 14e. Het is er hip, gezellig druk maar niet chaotisch en je ziet er de leukste mensen. We besloten de 14e vanaf 8 Avenue tot 3rd Avenue te bewandelen met als doel: shopping! Dat doel werd ruimschoots gehaald.
Al tegen lunchtijd was zoonlief voorzien van compleet nieuwe outfits, schoenen, een hoed en confisqueerde ik zelf, tevreden met de geweldige mid-seasonkorting, een paar kekke zwarte laarzen. Tijd voor lunch! We hadden afgesproken met Twanna Hines (@funkybrownchick), die ik onmiddellijk herkende toen ze zich tegenover de Diesel flagstore, vlakbij Union Square, bij ons voegde.
We zagen elkaar voor de eerste keer van ons leven ,maar het voelde alsof we al ons hele leven vrienden waren. Wat een ongelofelijk leuke vrouw, spontaan, grappig en funky natuurlijk! We raakten bijna niet uitgekletst – noch in het Nederlands, noch in het Engels - en genoten van heerlijke sandwiches en salade op het terras van de Coffeeshop op de hoek van Union en 16th Street.
Na de lunch liepen we genietend in het zonnetje richting Gramercy (Krom Messie oorspronkelijk) om vervolgens, midden in 23rd, aan de voet van het Flat Iron te genieten van Madison Square park.
We aten, na zonsondergang, for ol’times sake, bij de TicToc diner onder The NewYorker Hotel en winkelden nog even beetje verder rond 35th. Ook zo’n leuke straat waar o.a. Macy’s en veel filialen van H&M, Gap en FootLocker. Winkels die we in NL ook hebben, maar die door de midautumn-offers 2 halen 1 betalen en de zeer gunstige dollarkoers hier wel heel erg betaalbaar zijn. Bovendien vind ik het zelf wel leuk om bij een complimentje over een grijs vestje te antwoorden met ‘dank je, dat heb ik aan de overkant van het EmpireStateBuilding gekocht’, maar dat ter zijde.
Ze zeggen dat geen last hebt van jetlag zolang je naar het Westen vliegt. Desalniettemin doken wij pas om plaatselijke tijd 11.00 p.m. ons bed in om rond 05.30 a.m wakker te worden met het gevoel dat we tot 11.30 uur Nederlandse tijd hadden uitgeslapen. Klaarwakker waren we dus en dat was maar goed ook, want we werden om 06.00 a.m. verwacht voor de deur van de ABC-studio’s op Times Square om aanwezig te zijn bij Good Morning America live.
Speciale gast in de studio was Whoopy Goldberg, die de boodschappen had gekocht waarmee een Amerikaans versie van Herman den Blijker een compleet ontbijt diende te bereiden. Het was heel leuk om eens te zien hoe zo’n show – doorspekt met commercialbreaks – wordt opgenomen en we waren zeker 2x keer goed in beeld, toen weather anchorman Sam Champion vertelde dat het kwik in New York die dag zeker de 20 graden Celsius zou overstijgen.
Dat was op zich fantastisch nieuws, maar wellicht extra leuk omdat vandaag ook (het was er nooit eerder van gekomen, gek genoeg) een stukje varen met de gratis Staten Island Ferry op de planning stond. Via BryantPark, waar juist vandaag de aanleg van de ijsbaan was gestart, zodat het beroeren van mijn persoonlijk ‘heilige gras’ met mijn persoonlijke bips niet tot de mogelijkheden behoorde (je kan niet alles hebben) zetten we koers richting Columbus Circle/59th, alwaar dichtbij niet alleen ons – extremely budget – hotel, ook het super-duper luxe Mandarin Oriental is gevestigd.
Het was al bijna 7 uur en donker geworen toen we bij het verlaten van het metrostation zagen dat t de omgeving rond het Mandarin was afgezet, met witte dumptrucks nog wel! Het leuke van NewYorkers is, dat ze altijd in zijn voor een praatje en elke vraag van een onbekende graag willen beantwoorden (sterker nog: kijk gewoon even ‘blond’ voor je uit en je wordt meteen aangesproken met ‘need any help or direction’s?’) en dus was slechts een vragende blik richting een politieagent genoeg om hem de magische woorden ‘President Obama is at the Mandarin attending a fund-raiser’ te horen zeggen.
We waren moe (en eigenlijk daardoor ook een beetje boos op elkaar), maar toen we een minuut of 20 later aan de andere kant van de straat de stoet van politiemotoren, limo’s en beveiligers langs zagen komen en van héél dichtbij President Obama himself naar ons en de ca. 50 ons omringende Amerikanen zagen zwaaien, een Amerikaanse vrouw mijn arm vastpakte en uitbundig riep: Oh honey I’m sooo excited, the president just waved at us!, moest ik van pure blijdschap bijna een traantje wegpinken. Changing moods: Yes he can!Eenmaal aan boord overtreft de realiteit zelfs die wetenschap. De Airbus blijkt een oase van ruimte waarin Business Class geen stoelen, maar bedden heeft en Economy Class over de meest zalige stoelen die ik ooit in een vliegtuig zag, beschikt. Een zee van beenruimte, een verstelbaar hoofdsteuntje met zijflapjes tegen stijve nek en meteen na boarden zo’n leuk wit warm handdoekje completeren het gevoel dat we een prijs in de loterij hebben gewonnen. In de stoel voor ons beschikken we over een eigen entertainmentcentre, met keuze uit 28 (deels Holly- deels Bolly-) woodfilms, meer dan 100 CD’s gerangschikt over alle denkbare muziekgenres, een stuk 10 afleveringen uit populaire series zoals Friends en ruim 30 games. Passagiers kunnen onderling bellen en smsen op basis van stoelnummers in het geval je niet naast of achter elkaar zit. Iedere stoel beschikt over een écht vliegtuigdekentje – zo één met die specifieke weving van de stof – , een qua kleur bijpassend kussentje en een headset.
En dan hebben we het nog niet eens over de maaltijden (zalige curry’s geserveerd op écht servies en met écht bestek en - last but not least - wijn in een glas) en ongelofelijk vriendelijk en onvermoeibaar personeel, dat na de maaltijd verzoekt of we de raampjes willen blinderen om vervolgens de lichten doven. Wat lijkt op en verplicht middagdutje is in feite een wijze aansturing tot slaap, zodat we 8 uur later nog fit genoeg zijn om van New York, waar het 6 uur vroeger is, tot en met de late avond te kunnen genieten.
Zodra de captain het lampje ‘fasten your seatbelts’ aan doet, klinkt een vooraf opgenomen boodschap waarin een sonore voice-over uitlegt wat de bedoeling is. Gedurende de vlucht gebeurt dit uiteraard meerdere malen – ook bij turbulentie bijvoorbeeld – en het is elke keer dolkomisch om aan te horen. De boodschap wordt namelijk eerst in het Hindi afgespeeld en roept steeds de herinnering bij me op van Oh moeder, wat is het heet (It Ain't Half Hot Mum) een Britse comedyserie, die eind jaren 70 werd uitgezonden.
Met een zangerige toonval wordt gesproken over Pittipandi, waarvan we in de Engelse versie menen te kunnen concluderen dat het Seatbelt betekent. Jet Airways zal wat mij betreft daarom altijd in mijn positieve gedachten blijven als de ‘Puttana Pittipandi’- airliner!Vanmiddag om half twee gaf ik mijn autosleutels aan nichtje Lyra. Ze mag deze week in mijn auto rijden - niet dat dat nou zo bijzonder is - en zal er voor gaan zorgen dat het linkerportier wordt gemaakt. Al een paar maanden geleden heeft een onverlaat een flinke deuk net naast het portier veroorzaakt, zelf deed ik er de laatste keer dat het flink waaide er een schepje bovenop: de wind sloeg namelijk de deur uit haar scharnieren en sindsdien is het portier aan bestuurderszijde onophoudelijk dichtgeweest.
Ik spring inmiddels als een volleerd acrobaat over de versnellingspook iedere keer als ik instap, maar het is wel handiger toch, om in een auto te stappen op een manier die auto-ontwerpers ook hebben bedoeld. Kortom: daar gaat Lyra dus voor zorgen, terwijl wij ....
Ja, wij zijn dus op weg naar New York. Op CS namen we - nadat Lyra en Winston ons hadden uitgezwaaid - eerst de trein naar Brussel. Die reis is heel voorspoedig verlopen, net als de overstap op Brussel Noord in de Airport Expresse, die ons inpandig aldaar afleverde. Slechts luttele seconden later was het nuttigen van de eerste Starbuck een feit.
Een gratis shuttlebus bracht ons vervolgens naar het Novotel - op steenworp afstand van de Terminal - waar we een nachtje verblijven en nog even genieten van comfort en internet in de lobby. Morgenochtend rond 6 uur gaat de wekker, maar nu dus niet omdat het werk/de school roept, maar om nog even uitgebreid te ontbijten en vervolgens rond te klok van 7 in te checken voor de JetAirways vlucht naar New York.
Wordt vervolgd ...
Terwijl DSB de voorpagina’s vult en de gemoederen bezig houdt, word ik - als marketeer in hart en nieren - steeds vaker in het non-profitveld waar ik thans werkzaam ben, aangesproken op het feit dat marketing per definitie misleidend is. Toch is de kern van marketing het luisteren naar de behoefte van de klant en daaraan vervolgens voldoen en niet het belazeren van de doelgroep. Een echte marketeer is het met Winne eens als hij rapt: ‘Voor neppe shit moet je echt bij iemand anders wezen’ en dat laatste laat mij dan altijd weer terug denken aan die prachtige sessie van Sadhguru Jaggi Vasudev tijdens het Rotterdamse Zakenfestival van 2006. Hij vertelde – in het Engels - de naar senang zakendoen hunkerende ondernemers in het midden- en kleinbedrijf een parabel. Het was een mooi en lang verhaal dat ik verkort en in het Nederlands - met uitzondering van het moraal – als volgt navertel:
Er was er eens een kalkoen die graag net zo hoog als de wegtrekkende zwaluwen wilde leren vliegen. Op een boerderij ontmoette hij een stier, waaraan hij zijn hartwens voorlegde. De stier vertelde hem, dat als de kalkoen elke dag een hapje van de stier’s uitwerpselen zou eten, zijn wens zeker zou uitkomen.
De kalkoen deed wat de stier hem had geadviseerd en kwam iedere dag terug naar de stier om een hapje van diens uitwerpselen te eten en zo geschiedde het dat de kalkoen met duidelijke progressie steeds hoger van de grond af kwam als hij zijn vleugels spreidde. Na 4 maanden wist de kalkoen, gek van blijdschap, zelfs de top van de boom op een boerenerf te bereiken.
De boer, die tot zijn grote verbazing een kalkoen hoog in zijn boom zag zitten, pakte zijn geweer en schoot de kalkoen dood. Moraal van dit verhaal:
You may reach the top with bullshit, but you don’t stay there for very long.
Wilma van Raamsdonk: Een schrijvende reiziger, een reizende schrijver, maar nu nog even niet ...
Laatste reacties