‘Ik ben nogal flink’, zei hij, terwijl hij op de vliegtuigstoel naast me neer plofte in de Transavia Boeing 737-800. De eerst komende ruim 5 uur zou ik structureel 20% van mijn bubbel moeten delen met een corpulente medepassagier op de vlucht van Hurghada naar Amsterdam.
Flink waren ook – op een enkele uitzondering na – de gasten (veelal, maar niet uitsluitend, van Duitse origine) in ons hotel. Flink en ruimschoots voorzien van tatoeages. Flinke tatoeages overigens. Ik heb het niet over subtiele roosjes of tribals op normaal gesproken, doch nu vanwege badkleding zichtbare, verhulde lichaamsdelen. Nee, het waren hele stripverhalen, lopend van de rug naar buikpartij – of andersom – waar Goscinny en Uderzo beslist geïnspireerd van zouden zijn geraakt.
Ook flink: de geblondeerde plukken in het haar, die bij onze oosterburen (waar we overigens verder niets op aan te merken hadden), nog beslist mainstream waren. Zo werd ‘zo 2003’, dus 12 dagen ‘zo nu’ en meenden we tientallen look-a-likes van minister Gerda Verburg bij de SuperBingo (overigens gewonnen door zoonlief) te zien.
De Transaviavlucht die ons na een fijne vakantie veilig terugbracht naar Nederland duurde door ‘tailwind’ een dik half uur korter dan gepland. Een mooie meevaller, omdat ik daardoor de vakantie kon afsluiten door iets korter flink te zijn.
Hij was vier en de zondag van de wereldhavendagen veranderde van een gezellig gezinsdagje uit in een dag waarop de eerste felle discussie plaatsvond, die twee jaar later het startpunt zou blijken te zijn van het moment dat ons gezin uit elkaar zou vallen. Zijn beentjes waren moe en omdat pappa had afgehaakt en met de auto naar een onbekende bestemming was vertrokken, moesten wij met het openbaar vervoer huiswaarts. Gelukkig was er genoeg zitplaats, maar eenmaal bij de halte waar we uitstapten aangekomen, bleek het stukje lopen te veel voor zijn nog kleine beentjes. Hoewel ik daar eigenlijk geen zin in had, bezweek ik voor zijn smeekbede om hem op mijn schouders naar huis te dragen (zoals pappa altijd deed). Eenmaal comfortabel gezeten op mijn schouders, sprak hij de onvergetelijke belofte uit, dat als hij groot zou zijn, hij mij absoluut ook op zijn schouders zou dragen.
Hij is inmiddels veertien en vandaag in de Rode Zee nam ik plaats op zijn schouders en droeg hij me door het water naar een stukje verderop. Belofte ingelost....
Zo win ik ook al niet meer bij het baantje zwemmen, zijn de steelse blikken in het restaurant niet meer van het personeel naar mij, maar van ranke slanke Duitse dames van 12, 14 of 16 naar hem. Het is wat je noemt het omslagpunt. Het kleine jongetje is een jongeman.
Wilma van Raamsdonk: Een schrijvende reiziger, een reizende schrijver, maar nu nog even niet ...
Laatste reacties