De vergelijking heeft iets goedkooops, heeft in ieder geval
een hoog ‘goedkoop sentiment’-gehalte, maar toch kan ik geen andere vinden die
zo treffend is, dan de tragiek van een clown. Natuurlijk is het niet elke dag
aan de orde, dit gevoel, maar vandaag wel en ik heb het al een tijdje aan
voelen komen, of liever gezegd: de aanleiding van het gevoel is een proces dat
al een paar weken geleden is ingezet.
Dit verhaal gaat niet over sentiment, verdriet of depressie.
Dit verhaal gaat over energie.
Ik geef energie, zeggen ze.
Je hebt van die mensen, die je alleen maar een goede morgen
hoeft te wensen en flats!, je voelt de energie zo uit je weggetrokken worden.
Je hebt anderen waar je – als je er even doorheen zit – hooguit 5 minuten bij
de koffieautomaat mee hoeft de spreken en je voelt je weer opgeladen. Zo’n
laatste persoon, zo een waar je energie van krijgt, zo één ben ik, zeggen ze.
Ze, dat zijn heel veel verschillende mensen. Collega’s,
klanten, medebestuursleden, aanwezigen op dezelfde netwerkborrel, leveranciers,
familieleden (het zijn er maar 3, maar toch), medepassagiers in de bus, trein
of metro, caissières in winkels,
vrienden, buren, mijn werkgevers en misschien zelfs de mensen die me niet eens
écht mogen. Ze zijn het over één ding eens, want bijna dagelijks zegt iemand
mij wel dat ik energie geef.
Waarom ben ik zelf dan vandaag zo moe? Waarom lukt het me
dan niet om nu mezelf energie te geven? En waarom kan ik tussen al die mensen
aan wie ik energie schijn te geven, niemand vinden die nu, al is het maar voor
één keer en héél, heél even, mij (een heel klein beetje maar) energie geeft.
Hmmm, niemand? In dat geval ga ik nu slapen en sta ik morgen
fris en vrolijk weer op.
Laatste reacties