
Ruim 9 jaar geleden ontdekte ik www.amazon.com. Met een inbelverbinding en een luidruchtig modem van 156k snuffelde ik tergend langzaam rond in deze winkel. Zo kwam ik terecht bij een Best of CD: Mascara and Monsters van mijn idool uit de jaren 70: Alice Cooper en in een impuls bestelde ik hem.
Eenmaal thuisbezorgd, bekeek ik het hoesje terwijl ik genoot van de klanken van weleer. Generation Landslide kon ik nog steeds woord voor woord meezingen.
Er stond een uitnodiging op om te e-mailen naar Alice himself. Nu is realiteitszin altijd een van mijn goede eigenschappen geweest, maar met een gedachte van: Yeah, right … besloot ik toch maar een e-mailbericht te sturen, waarschijnlijk ook omdat het aantal mogelijke recipiënten van e-mail in die tijd – en in ieder geval in mijn vrienden- en kennissenkring – nog dun gezaaid was.
Hoe groot was mijn verbazing toen 2 dagen later mijn mailbox werd gevuld met een reply. Alice bedankte me voor mijn bericht (Yeah, right … dacht ik weer), maar in de tweede alinea ging hij over op een aanstaand concert in Amsterdam, waar hij me van harte voor uitnodigde. Of ik even mijn adres wilde toesturen in verband het toesturen van de kaartjes ….
Ik ontving enige weken later de toegangskaarten, voorzien van een backstagepas, waarmee ik op 40-jarige leeftijd mijn idool uit de tijd dat ik nog een brugpieper was, kon ontmoeten. Met de hartelijke handgeschreven groeten van Alice. Het is er, door bezigheden binnenshuis hebbende, uiteindelijk niet van gekomen, maar wat me is bijgebleven, is dat ik op dát moment besefte dat internet onbereikbare mensen bereikbaar maakt.
Ik had deze week een deja vu toen ik, op aandringen van zoonlief, mezelf aanmeldde op www.twitter.com. Aanleiding was de moord en zelfmoord die voor ons flat hadden plaatsgevonden, waardoor Deniz, al fotograferend, naam en faam genereerde bij toestroomde journalisten, zodat er over hem werd ‘getwitterd’. Eenmaal geregistreerd als twitteraar bedacht ik me, dat ik naast Deniz, bijna geen mensen ken die ook twitteren, waardoor het aantal te volgen mensen, die mij ook weer zouden willen volgen, wel erg laag zou blijven.
Als Obama-aanhanger in hart en nieren was ik blij verrast, dat ook hij te betwitteren was en dus drukte ik onbezonnen op ‘follow’. Hoewel het Alice-kaliber ontbrak, kon ik breed glimlachen bij ontvangst van de e-mail die ik seconden later ontving. Dit bericht had namelijk als onderwerp:
Barack Obama is now following you on Twitter! Yeah, right …

Al een hele tijd geleden kocht ik als een soort van ‘kassakoopje’ tijdens een Bol.com-bestelling het boekje I always get my sin van Maarten H. Rijkens.
Hij citeert in dit boekje tal van hilarische fouten die Nederlanders maken als zij Engels spreken.
Van Dale hanteerde aan het begin van dit schooljaar een leuke variant: om de woordenboeken N/E en E/N te promoten voerden zij campagne met een striptekening van een jongen en een meisje op een bankje aan de waterkant. In het wolkje van het meisje staat: Spring is in the air, waarop de jongen in zijn eigen wolkje vraagt: Why should I?
Een zelfde onvergetelijk grappige versmelting van het Nederlands en Engels, hoorde ik in de enige leuke Joran-persiflage, waarin Joran op Aruba’s Palm Beach roept: Natalee don’t Holloway!
Maar wat heeft deze humor te maken met de berichtkop?
Ik was vandaag op uitnodiging van RTV Rijnmond te gast tijdens de 1e halve finale van het ABN-Amro
World Tennis Tournament in Ahoy tussen Llodra en Karlovic. Het was een indrukwekkende ervaring, te meer omdat ik nooit eerder in mijn leven toeschouwer ben geweest als iemand – al was het maar een buurman – een ‘balletje ging slaan’ en nu zat ik prominent op de eerste rij tijdens een prestigieus tennistoernooi, waar ik de tenniscoryfeeën niet alleen goed kon zien, maar zelfs kon ruiken.
Llodra won, volgens een voor mij totaal onbegrijpelijk puntensysteem, de spannende match. Als winnaar liep hij op de aanwezige journaille af, een plek waar zich ook de spreekstalmeester van het toernooi bevond. Het publiek, nog staande van de ovatie, luisterde aandachtig toen deze – onverwachte – winnaar de vragen van de spreekstalmeester beantwoordde. Deze overduidelijke mederotterdammer leek me een aardige man in een mooi pak, maar toen hij de bovengenoemde vraag aan Llodra stelde als: How tof was this match for you?, lachte menig aanwezige met me mee. Het antwoord leek me evident: supertof, hij had immers gewonnen!
NYC: Waar anders?
Wilma van Raamsdonk: Een schrijvende reiziger, een reizende schrijver, maar nu nog even niet ...
Laatste reacties