
Stel je voor: 4 etages vol koopgrage consumenten, honderden, zo niet duizenden. Wie buiten niet met een geel/zwarte tas loopt – of liever nog: met geel/zwarte tassen – hoort er eigenlijk deze 3 dagen niet bij. Het filiaal van de Bijenkorf aan de Coolsingel is dan ook afgestamd. Dé plek om een zin te prikken en dus benut ik – tijdens het graaien, want assimilatie is aan mij besteedt – mijn oren goed. Uiteindelijk valt het niet mee, want veel gesprekken gaan over maten, kleuren, merken.
Weinig inspirerend …
Totdat er naast me een man met een mobiel verschijnt. Hij verheft zijn stem in de ijdele hoop om verstaanbaar te worden voor zijn gesprekspartner aan de telefoon. Niet alleen ik kan meegenieten, maar ook alle andere klanten op de afdeling herenondergoed (en ja … ook mannen graaien). Toch lijkt zijn opmerking alleen mij te raken, want niemand kijkt er van op. Radeloos in het rond kijkend en met zijn vrije hand wanhoop gesticulerend zegt hij: “Ik zie jou wel, maar jij ziet mij niet staan”. Een man spreekt zich over zijn gevoelens uit… zomaar in de Bijenkorf. Of heb ik het verkeerd begrepen?
Laatste reacties