
Op de dag dat zoonlief werd geboren, werd ik voor het eerst van mijn leven ‘anders’ aangesproken. Tot 7 april 1995 was ik Wilma van Raamsdonk, gevolgd door – meestal – mijn professionele kwaliteiten of – in mindere mate - hilarische mis- cq. gedragingen in het uitgaansleven. Nooit was ik ‘de vrouw van..’, dat was eerder andersom, gezien het aanmerkelijk verschil in treden op de maatschappelijke ladder waarop mijn echtgenoot en ik pleegde te functioneren. Een fenomeen dat puur door ons verschil in etnische afkomst werd veroorzaakt en dat indirect ook tot onze scheiding leidde.
Maar op die vrijdag werd ik voor het eerst aangesproken als een persoon van iemand anders. Net uit het ziekenhuis ontslagen, na een snel verlopen poliklinische bevalling, sprak het buurmeisje van 8 jaar, voor ik, onwennig, met Maxicosi het woonhuis kon betreden mij aan met: Moeder van Deniz …. om haar zin te vervolgen met een verzoek om zo snel mogelijk op visite te mogen komen om de baby vast te kunnen houden.
Met rondgierende hormonen van top tot teen, was vals sentiment volledig aan mij besteed en dus ontroerde mij deze geheel nieuwe aanspreektitel.
Er volgden jaren van aansprekingen in relatie tot Deniz, uit monde van vriendjes of tijdelijke niet-vriendjes, wanneer deze hun beklag kwamen doen over het gedrag van zoonlief tijdens het spelen. Moeder van Deniz of – het puur Rotterdamse: Deniz-suh moeder – vielen mij dagelijks ten deel, in alle gevallen uitgesproken door kinderen. Ontroeren deed het me niet meer, los van de tot rust gekomen hormonen, duidde een zin die met deze woorden begon doorgaans op misstanden, waarop adequaat opvoedkundig gereageerd diende te worden…
Jaren gingen er voorbij, waarin ik gewoon als Wilma werd betiteld door de vriendenkring van zoonlief, waarschijnlijk mede doordat ik mij dan ook op deze manier nadrukkelijk aan hen voorstelde.
Kleine kinderen worden groter en dus ben ik nu Moeder van een brugpieper, die afgelopen week op brugklaskamp ging. Hij begint opnieuw op deze school, zonder oude klasgenoten of bekenden en dat geldt voor mij dus net zo.
Tijdens het verzamelen buiten de school, in afwachting van de bussen, werd het hoog tijd om nieuwe contacten te leggen. Daar ben ik niet moeilijk in, dus binnen 5 minuten was ik verwikkeld in het min of meer obligate onderwerp: wennen op de nieuwe school. Omdat mijn gesprekspartner geen enkel initiatief nam, stak ik zelf maar tussen 2 zinnen mijn hand uit en stelde mij voor. Mijn gesprekspartner bleek: De Moeder van Sven te heten …., die mij vervolgens haar man voorstelde als De Vader van Sven en aan hem meedeelde dat ik de Moeder van Deniz was. En zo ging het daar voor die school nog een half uurtje door. Diverse ouders ontmoette ik, van geen weet ik een naam en allen hebben mijn naam ingeruild voor mijn status: Moeder van Deniz…..






Laatste reacties