“Hij zat in mijn achterzak”, zei hij terwijl hij haar indringend aankeek. Ze voelde de grond onder haar voeten wegslaan. Een roes beving haar, realiteit werd een nare droom waaruit ze wakker wilde worden. Spreken kon ze niet meer, haar mond te droog, de oorsuizingen te hevig en haar bewustzijn in één klap weggevaagd.
Eerder op de avond was het al misgegaan, maar deze apotheose had ze niet voorzien. Direct na het avondeten was hij weggegaan, geheel onverwacht. Hij had zich opnieuw geschoren, schone kleding aangetrokken en met krampachtig ingehouden buik aangekondigd samen met zijn vrienden naar het café te gaan. Dat gebeurde vaker, maar nooit op een doordeweekse dag en zeker niet in een dergelijk opgepoetste outfit. Ze was moe geweest en had behoefte aan aandacht gehad, maar kreeg nul op rekest. Dat had haar dwars gezeten en verontrust.
De tweeling trok veel energie bij haar weg, doordat ze bij voorkeur niet tegelijkertijd, maar achtereenvolgens huilden. Ze was nog maar nauwelijks van de bevalling, 3 weken geleden, hersteld en zeker nog niet aan het nieuwe levensritme gewend. Tijd om fatsoenlijk te kramen had ze ook niet gehad. De huur van het schamele 2-kamerflatje was al 3 maanden achterstallig door de onverwachte aanschaf van een dubbele babyuitzet en dus had ze een week na de geboorte van haar zonen haar schoonmaakwerkzaamheden in de villawijk aan de overkant van singel in de ochtenduren hervat. Dat betekende ook dat ze al om 4 uur ’s ochtends opstond om de baby’s te baden, te voeden en te verschonen. ’s Middags bekommerde ze zich over haar eigen huishouden. Tijd om te ontspannen had ze daarom pas als na het avondeten de televisie aanging en ze zich tegen zijn brede lichaam aan kon vleien. Ze hield van hem.
Toen hij de deur achter zich dichttrok spookten de vragen door haar hoofd. Waarom was hij er niet voor haar vanavond? Met wie had hij afgesproken? Waarom had hij zich vanavond zo uitgedost? Tijd en geld om haar uiterlijk te verzorgen had ze niet meer gehad sinds de 5e maand van haar zwangerschap. Haar buik leek een leeggelopen ballon, haar borsten te opgezwollen van stuwing en haar gezicht was grauw, wat de blauwe wallen onder haar ogen nog sterker geprononceerde.
Ze besloot de gezinswas onder handen te nemen, als bezigheidstherapie, om vooral niet te veel ruimte aan haar onzekerheid, onrust en teleurstelling te geven. Zijn werkbroeken en sweatshirts waren lastig schoon te krijgen, dus ze koos voor een lang en heet wasprogramma.
Hij was lasser en verdiende goed, maar niet genoeg om de noodzakelijke lasten van het gezin in de nieuwe samenstelling te kunnen bekostigen. Het stak hem, dat hem dat niet lukte. Het hield hem bezig van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Zijn vrienden, met wie hij één keer in de twee weken een biertje ging drinken in de naburige kroeg, om even zijn zorgen te kunnen vergeten, puur door er niet mee geconfronteerd te worden, hadden hem aangespoord om een staatslot te kopen. Met een kans van 1 op 2, zoals de advertenties beloofden, kon hij in één klap zijn probleem oplossen. Gisteren had hij, na lang aarzelen, tijdens zijn schaftpauze het lot gekocht. Hij had vanaf het moment dat hij het afrekende een goed voorgevoel gehad en het lot zo vaak bekeken dat hij het nummer uit zijn hoofd kende: EO 06 96 51. Hij had haar niets gezegd en was, bij uitzondering op dinsdagavond, naar het café gegaan om daar om vijf voor half 8 de trekking op televisie te zien.



Laatste reacties